Hoofdstuk 4, ruiterstandbeeld (Marcus Aurelius) index

Het tweede beeld. Een ander bronzen beeld staat voor het paleis van onze heer de paus: een gigantisch paard met een ruiter.1 Pelgrims noemen hem Theodorik, het Romeinse volk Constantijn. En de kardinalen en geestelijken van de Curie van Rome spreken over Marcus of over Quintus Quirinus. Dit gedenkteken, op wonderlijke wijze volmaakt, stond in de oude tijden bovenop vier bronzen zuilen voor het altaar van Jupiter op het Capitool. De heilige Gregorius liet ruiter en paard naar beneden halen en plaatste de vier voorgenoemde zuilen in de kerk van Sint Jan van Lateranen.2 De Romeinen zetten ruiter met paard voor het paleis van onze heer de paus. Paard, ruiter en zuilen waren op een schitterende manier verguld maar op veel plaatsen heeft de Romeinse hebzucht een deel van het goud weggeschraapt en een deel heeft de loop van de tijd vernietigd. De ruiter zit met zijn rechterhand uitgestoken, alsof hij het volk toespreekt of een bevel geeft. Met zijn linkerhand houdt hij het leidsel vast, waarmee hij het paardenhoofd naar rechts wendt, alsof hij ergens anders heen wil gaan. Een vogeltje, koekoek genaamd, zit tussen de oren van het paard en een dwerg wordt onder een paardenhoef verpletterd, als wonderlijk voorbeeld van iemand die zijn laatste ogenblikken beleeft en sterft. Net zoals dit wonderlijke kunstwerk bekend staat onder verschillende namen, zo kent het ook verschillende redenen voor het ontstaan. Ik zal de nonsensverhalen van de pelgrims en de Romeinen hierover laten voor wat ze zijn: ik geef de oorsprong van dit beeld, die ik vernomen heb van oudere mensen, kardinalen en grote geleerden.
De mensen die de naam Marcus gebruiken, geven de volgende ontstaansgeschiedenis.3 De koning van Misene was zo groot als een dwerg, maar meer dan alle andere mensen ingewijd in verdorven kennis, in tovenarij. Toen hij de naburige koningen aan zich had onderworpen, viel hij het koninkrijk van de Romeinen aan, met wie hij heel veel oorlogen met gunstige afloop voerde. Want hij verlamde met zijn toverkunst zowel de kracht van de vijanden als de scherpte van hun wapens, zodat de vijanden hun moed om te vechten en hun wapens het vermogen om te snijden compleet verloren. Daarom was hij de Romeinen in ieder gevecht makkelijk de baas en hij dwong hen alleen op hun kamp te vertrouwen, maar door een doeltreffende belegering bracht hij hen in een hachelijke positie. De aldus belegerde Romeinen konden geen enkele hulpmiddel bedenken. Bovengenoemde tovenaar ging dagelijks voor zonsopgang in zijn eentje het kamp uit. Hij ging zo ver van het kamp als de roep van een vogel gehoord kan worden en in het veld voerde hij in zijn eentje zijn toverkunsten uit. Daar zorgde hij er met geheime spreuken en krachtige toverkunsten voor dat de Romeinen geen heldendaden konden verrichten om hem te overwinnen. Toen de Romeinen dit gehoord hadden en toen ze door de veelvuldige herhaling te weten waren gekomen dat hij op die manier het kamp verliet, gingen ze naar een zeer doortastende soldaat, Marcus. Hem beloofden ze de grootste eerbewijzen, als hij zich zou willen blootstellen aan het gevaar de stad te bevrijden van de belegering. Ze bepaalden dat hij heerser zou zijn bij de bevrijding van de stad en ze beloofden hem een eeuwig gedenkteken. Hij ging enthousiast accoord en ze sloten een overeenkomst. Meteen groeven ze 's nachts een gat door de muur en het schanswerk - aan de kant waar voornoemde koning gewoonlijk wegging - als doorgang voor genoemde soldaat met zijn paard. Vervolgens legden ze hem hun plan uit, namelijk dat hij 's nachts naar buiten moest gaan en de koning van de Miseni die buiten zijn kamp liep ongewapend moest aanvallen (met wapens zou hij hem geen kwaad kunnen doen). Hij moest hem in handen krijgen en binnen de muren brengen. Hij stemde volledig met hun plan in en om middernacht verliet hij de ommuring. Toen hij wakker van geest zat te wachten op het ochtendgloren, liet een koekoek zoals gebruikelijk zijn gezang horen: het teken van zonsopgang. De ruiter werd hierdoor gewaarschuwd, klom op zijn paard en zag de koning, die toen voor het eerst tevergeefs een beroep deed op zijn toverkunst. In een woeste aanval vloog hij erheen, greep onverwacht de tovenaar en hij bracht hem naar de voet van de muur. Voor de ogen van het volk, dat bang was dat de gevangene zich door een tovertruc zou bevrijden, als het hem tijd om te praten zou geven, verbrijzelde en doodde Marcus hem onder de voeten van zijn paard. Want met wapens kon niemand hem iets doen. Na de dood van de koning gooiden ze de poorten open, ze vielen het leger, dat in verwarring op de vlucht was geslagen, aan en vernietigden het. Het merendeel is in dat gevecht gevangen en gedood. Er is geen oorlogsbuit die de staatskas van de Romeinen zo gevuld heeft. Vanwege het belang van deze weldaad is voor hem het vooraf overeengekomen gedenkteken opgericht. Ze voegden hier een paard aan toe, omdat het hem door zijn snelle galop tot voordeel was, en een vogel, omdat die de aankondiger van het daglicht was. En onder de hoeven van het paard plaatsten ze een dwerg, omdat hij vertrapt en gestorven was.


1.    Moderne replica van het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius; het origineel staat in de Palazzo Nuovo. Afbeeldingen van het ruiterstandbeeld bij de Sint Jan van Lateranen door Maarten van Heemskerck, 1534-6, door Modena, door Ciriaco d' Ancona, 1450 en door Filippino Lippi, ca. 1490 (Carafa-kapel, Santa Maria sopra Minerva). En afgebeeld op de Italiaanse 50 Eurocent. Van Gessel spreekt over de replica. Terug.
2.    Paus Gregorius de Grote laat rond 600 het ruiterstandbeeld verplaatsen naar de Sint Jan van Lateranen. In 1538 wordt het beeld weer teruggeplaatst op het door Michelangelo nieuw ingerichte plein van het Capitool. Inscriptie op huidige basis.
        Paulus III pont(ifex) max(imus) statuam aeneam
        equestrem a s(enatu) p(opulo)q(ue) R(omano) M(arco) Antonino Pio etiam
         tum viventi statutam variis dein urbis
         casib(us) eversam et a Syxto IIII pont(ifice) max(imo) ad
         Lateran(am) basilicam repositam ut memo(-)
         riae opt(imi) principis consuleret patriaeq(ue)
         decora atq(ue) ornamenta restitueret
         ex humiliori loco in aream Capitolinam
         transtulit atq(ue) dicavit
         ann(o) Sal(utis) MDXXXVIII
Vertaling: Paus Paulus III heeft dit bronzen ruiterstandbeeld, dat door senaat en volk van Rome opgericht is voor Marcus Antoninus Pius tijdens diens leven, dat vervolgens door de verschillende lotgevallen van de stad omver geworpen is en dat door paus Sixtus IV weer opgericht is bij de Sint Jan van Lateranen, overgebracht vanuit die te bescheiden plaats naar het plein van het Capitool overgebracht (om de herinnering aan die zeer goede keizer levendig te houden en om de sieraden en versierselen van het vaderland in ere te herstellen) en gewijd in het jaar des Heils 1538. Terug.
3.    Versnel geeft een uitgebreide verklaring bij dit hoofdstuk. Ook Bastet spreekt over dit hoofdstuk. Terug.