In het Utrechtse Houten vond een amateur-archeoloog een Romeinse grafsteen, in de stort van graafwerk voor een fietstunnel. De steen is waarschijnlijk opgericht door de dochter van de gestorven soldaat. Door Theo Holleman (NRC 27 mei 2000)
De vondst van de grafsteen is te danken aan de oplettendheid van amateur-archeoloog B. Elberse uit Bunnik. Hij volgde de werkzaamheden voor de aanleg van een fietstunnel onder de spoorlijn Utrecht - 's Hertogenbosch. In de wand van de tunnelsleuf vond Elberse Romeins aardewerk en stukjes fresco. Hij ging daarna op de stort van het graafwerk kijken, ontdekte hier het fragment, bracht het in veiligheid en meldde de vondst.
Inmiddels heeft dr. A.M.J. Derks de steen bestudeerd. Derks is verbonden aan het Archeologisch Instituut van de Vrije Universiteit (Amsterdam). Tijdens een gisteren in Houten belegde persconferentie stelde Derks zijn reconstructie en interpretatie voor. Een grote steun daarbij is de Romeinse standaardisatie van dit soort monumen ten. Derks: "Uitgangspunt voor de reconstructie van de steen is het type grafmonument. Boven zie je een gedeelte van iemand die in een toga is afgebeeld met nog net de aanzet van zijn hand. In volledige staat is dit een voorstelling die we kennen van grafstèles uit het Rijnland, met name uit Keulen en omgeving. De onderkant van deze stèles, het stuk dat men ingroef, werd ruw bekapt. Daarboven krijg je dan de tafel, het omlijste vlak voor de inscriptie, en daar weer boven een nis met de buste van de overledene. Oorspronkelijk zal dit kalkstenen grafmonument minimaal 150 centimeter hoog zijn geweest, 50 centimeter breed en 20 centimeter dik. Dit type dateert ook de steen, maar preciezer dan tussen 25 en 50 na Christus kunnen we nu nog niet zijn."
Van vergelijkbare ouderdom zijn nog slechts twee andere Romeinse grafstenen uit Nederland bekend, een uit Heerlen en een klein fragment uit Maastricht. Derks vermoedt voorzichtig dat de Houtense grafsteen uit de tuin van een villa afkomstig is. Vlakbij de huidige vindplaats van de grafsteen werden in de vroege jaren negentig de resten opgegraven van een gebouw waarvan de fundering bestond uit Romeins materiaal, waarschijnlijk van een afgebroken Romeinse villa uit de directe omgeving. De verzaagde halve grafsteen is waarschijnlijk ook als bouwmateriaal gebruikt.
De reconstructie en interpretatie van
de inscriptie is niet eenvoudig. Derks:
"De opschriften - vaak afkortingen hebben
een vaste volgorde en die begint
met de naam van de overledene. Op basis
van het feit dat hij in toga is afgebeeld
neem ik aan dat hij Romeins burger
was. Dan had hij een voornaam,
een familienaam en een bijnaam. In de
eerste regel staan voornaam en familienaam.
TI staat voor Tiberius. IU is het
begin van de familienaam Iulius. Ook
wat ruimte betreft komt die aanvulling
goed uit. Voor Romeinse bijnamen bestaan
lijsten; maar de meeste die met
PRO beginnen zijn voor deze steen veel
te lang. Ik heb de kortste gekozen: Probus,
'de brave'. Op de volgende regel
staat IULI. Dat moet een plaatsnaam
zijn. In dit geval Forum Iulii, het tegenwoordige
Fréjus in Zuid-Frankrijk.
Daarna volgt een M en CHORT, wat 'van
een cohort' betekent. Die M kan dan
'alleen maar het begin win MILES zijn,
van 'soldaat'. De cohorten waren genummerd
en hadden een bijnaam. Hier
heb ik I CLASS toegevoegd. Van de cohors
I Classica ('van de vloot') wisten
we via dakpanstempels en militaire diploma's
dat het na de Bataafse Opstand
van 69/70 na Christus bij Vleuten-De
Meern gelegerd was. Dit hulptroepen-cohort
werd onder keizer Augustus
gelicht uit soldaten van een
vlootonderdeel dat Fréjus als thuisbasis
had. Anders dan destijds bij hulptroepen
gebruikelijk was, bestond het
volledig uit Romeinse burgers. De status
die uit Probus' buste spreekt is
daarmee in overeenstemming. De verwijzing
naar Fréjus en de datering van
de grafsteen, tussen 25-50 na Christus,
betekent dat dit cohort veel vroeger in
onze streken aanwezig was dan tot nu
toe werd aangenomen. Dat is een van
de belangwekkende aspecten van deze
steen."
Dan komt AN, een afkorting van Annorum:
'oud zoveel jaren', maar Derks
mist de leeftijd. Oud zal Probus echter
niet zijn geworden. Omdat hij zich als
miles laat aanduiden en niet als veteranus
staat het vast dat hij tijdens zijn actieve
dienst overleed. De onderste twee
regels geven aan wie de stelen oprichtte,
vaak een verwant. Het MATER van de
laatste regel kan niet op Probus' moeder
slaan, meent Derks. IULIA TI. en MATER.. zal gelezen moeten worden als
IULIA TI FILIA MATERNA, als 'Iulia Materna,
dochter van Tiberius'. Derks zette
er ten slotte nog een afkorting achter
die veelvuldig op Romeinse grafstenen
voorkomt: HFC, ofwel 'de erfgenaam
heeft (dit monument) laten maken'.
Derks: "Aanvullen en interpreteren
gaat in dit soort situaties altijd gepaard
met educated guessing. Je moet ook zoveel
mogelijk samenhangende bouwstenen
aandragen. Het resultaat is een
voorzet die blijft tot er een beter sluitende,
een meer plausibele verklaring
wordt bedacht. Zo werkt dat."
De vertaalde en gereconstrueerde tekst
luidt: 'Tiberius Iulius Probus, geboren in Forum
Iulii, soldaat van de cohors I Classica,
oud ? jaren (ligt hier begraven). Iulia Materma,
dochter van Tiberius en tevens erfgename,
heeft (dit monument) laten maken.'