Door Hans-Paul Andriessen
De Meern
Bij het graven van een waterpartij voor de Leidsche Rijn wijk Veldhuizen bij De Meern in 1997 stuit de graafmachine bij toeval op een stel eiken palen. Het hout blijkt het fundament van de lang gezochte Romeinse weg, die vlak langs de Rijn liep.
Als vervolgens de graafmachine weer zijn tanden in de klei zet, ditmaal voor het slaan van een put, begint het nogmaals te kraken. Nu komt de achtersteven van een Romeins schip te voorschijn. Door de hoge waterstand en het klei is het hout prima bewaard gebleven.
Uit een 'kijkoperatie' blijkt dat het schip zo'n 25 meter lang is en 2,7 meter breed. Het dateert vermoedelijk uit de tweede eeuw na Christus. Zulke schepen werden gebruikt voor bulkladingen zoals hout, stenen of dakpannen. Vermoedelijk is het vaartuig nog geheel intact. Dat zou een primeur zijn, want eerder gevonden schepen in Woerden en Zwammerdam waren door de Romeinen gebruikt als dijkversteviging. Voordat zij werden afgezonken, waren ze eerst gesloopt. Het schip bij De Meern is vermoedelijk vergaan in een storm.
![]() |
Vervolgens wordt de bovengrond machinaal verwijderd en wordt een tent over het schip gebouwd, zodat de archeologen ook bij nat weer secuur kunnen werken. Over het schip zelf wordt een sproeistellage gebouwd om het hout continu nat te houden. Verdroogt het hout, dan verpulvert het direct.
Inmiddels hebben de archeologen het schip vrijwel
volledig bloot gelegd. Het meest
bijzondere is de vondst van
een roef. Zo'n schippersverblijf is nog nooit aangetroffen
op een schip ten noorden van
de Alpen. Het achterste compartiment van de roef was
toegankelijk via twee deurtjes,
die op slot konden. Het voorste deel werd vermoedelijk
gebruikt als keuken, daar zijn
resten van een stookplaats gevonden. Opvallend is de grote
aandacht die geschonken is
aan de uitvoering van de roef:
spijlen, randjes, bank en kast
zijn versierd met houtsnedes.
Verder is een groot aantal gebruiksvoorwerpen van de
bemanning gevonden: dissels,
zagen, een koevoet, een
schaar, een mes, een schrijfpen en een versierd kastje en
een versierde kist.
De archeologen zijn nu bezig
met het opmeten, fotograferen en intekenen van het
schip. De komende maand
wordt een draagconstructie
gebouwd. Het is de bedoeling
dat het schip in juni in zijn geheel wordt gelicht en op een
dieplader wordt gelegd voor
transport naar het NISA in Lelystad. Daar gaat het schip in
zijn geheel voor circa twee
jaar in een gigantische bak
met kunsthars, een mengsel
van polyethyleenglycol en water. De houtcellen die zich in
de loop der eeuwen hebben
gevuld met water, worden tijdens dit bad gevukt met
kunsthars. Dit zorgt ervoor
dat het hout weer stevig en
hard wordt. Na deze behandeling gaat het schip weer terug
naar Utrecht. Mogelijk wordt
het tentoongesteld in een nog
te bouwen Romeins museum
in Leidsche Rijn.