Door Theo Toebosch NRC zaterdag 16 november 2002
'Gosh.' Ook buitenlandse
archeologen reageren opgewonden
over de vondst
van de resten van twee opeenvolgende
Romeinse wachttorens in
Leidsche Rijn. "De dateringen zijn zeer
interessant", vervolgt David Breeze van
Historic Scotland en onderzoeker van de
Muur van Hadrianus als hij over de telefoon
hoort dat de oudste toren uit 50 na
Christus stamt. "Dat is dertig tot veertig
jaar ouder dan de oudst bekende torens
in Duitsland?" Professor Siegmar vom
Schnurbein, die de Romeinse grens in
Duitsland onderzoekt, is al even enthousiast.
"Mijn gelukwensen voor de
opgravers."
De vorige week gepresenteerde vondst heeft het idee hoe de limes, de Romeinse grens, er in de Lage Landen uit zag op zijn kop gezet. Dat is moeilijk voor te stellen als je het bouwterrein betreedt. Wat over een paar jaar de wijk Vleuterweide met een dorpse sfeer moet worden, is nu nog een uitgestrekte moddervlakte, slechts doorkruist door al aangelegde asfaltwegen. Aan de westrand, vlak bij de achtertuinen van enkele moderne villa's net buiten het toekomstige Vleuterweide, steken in een uitgegraven vlak enkele dikke palen uit. En dan weet je weer dat de Nederlandse archeologie interessante vondsten kent maar dat die wel vaak een beroep doen op de verbeelding. Vandaar dat de archeologen in Leidsche R.ijn pers en publiek de helpende hand hebben toegestoken. Ze hebben een grote reconstructietekening laten maken, een palissade nagemaakt en in de resten kan een gracht zelf puntig zeasfaltwegen.
Aan de westrand, vlak bij de achtertuinen van enkele moderne villa's net buiten het toekomstige Vleuterweide, steken in een uitgegraven vlak enkele dikke palen uit. En dan weet je weer dat de Nederlandse archeologie interessante vondsten ként maar dat die wel vaak een beroep doen op de verbeelding.
Vandaar dat de archeologen in Leidsche Rijn pers en publiek de helpende hand hebben toegestoken. Ze hebben een grote reconstructietekening laten maken, een palissade nagemaakt en in de resten van een gracht zelf puntig geslepen houten spiesen geplaatst. Twee stevige moderne houten bielsen, die bij beide torens een van de ontbrekende hoekpalen vervangen, helpen de plattegronden van de torens beter uitkomen. Niemand wie het opvalt dat ze vergeleken met de andere palen er na bijna tweeduizend jaar nog wel heel gaaf uitzien. Plechtig onthullen twee Utrechtse wethouders als eerste een biels, fototoestellen klikken, camera's lopen en 's avonds in de journaals is de biels pontificaal in beeld.
De Romeinse grens in Nederland, zo was tot nu toe de opvatting, bestond uit een langgerekte keten van forten, castella, langs de toenmalige loop van de Rijn. Anders dan bij kunstmatige landgrenzen als Gask Ridge en de Muren van Antoninus Pius en Hadrianus in Groot-Brittannië vormde volgens de meeste geleerden een rivier als de Rijn een natuurlijke barrière die geen systeem van wachttorens nodig had. Met uitzondering van de grondsporen van een toren bij het Zuid-Hollandse Valkenburg waren in Nederland dan ook geen wachttorens langs de Rijn gevonden. Die ene toren werd daarom als een op zichzelf staande observatiepost beschouwd.
Erik Graafstal, namens het Archeologisch en Bouwhistorisch Centrum van de gemeente Utrecht een van de de projectleiders van de opgravingen in Leidsche Rijm, concludeert nu dat de grens toch veel fysieker is geweest. Tussen de castella hebben wel wachttorens gestaan, zegt hij. Na de vondst van de wachttoren weet hij nu zeker dat hij op twee andere plekken, op 500 en 2400 meter afstand van de laatste vindplaats, al eerder de sporen van wachttorens had gevonden.
Een groot deel van Leidsche Rijn ligt in wat ooit het 'buitengebied' van de limes was. Archeologen hebben er nooit echt naar omgekeken, de castella met echte muurresten waren veel interessanter.

Na vijf jaar graven blijkt de op het eerste
gezicht voor de archeologie weinig belovende
noordelijke periferie van het Romeinse
rijk vol te zitten met belangrijke
vindplaatsen. De archeologen hebben
op een terrein van ongeveer drie vierkante
kilometer onder meer drie kilometer
van een Romeinse weg kunnen
traceren, een twintig meter lange loskade,
een moerasbrug, een Romeins
vrachtschip en visfuiken gevonden.
Stuk voor stuk interessante vondsten.
Samen met de nu gevonden resten van
de wachttorens zijn ze nog interessanter,
omdat ze het de archeologen mogelijk
maken te vertellen hoe de Romeinen
de limes hier hebben opgebouwd, hoe
de grens functioneerde en wat het verloop
was van de strijd tussen de Romeinen
en de rivier.
De hoekpalen van de oudste toren zijn gemaakt van lokaal zachthout, mogelijk van es of iep. De palen van de tweede toren zijn van eikenhout uit waarschijnlijk Duitsland. De torens, met een plattegrond van drie bij drie meter voor de oudste en 3,60 bij 3,60 meter voor de jongere, hadden een bemanning van naar schatting vier soldaten. De ingang zat op de eerste verdieping en was met een trap te bereiken. Daar was ook het woongedeelte en de keuken, waar de soldaten tijdens een wachtperiode van enkele dagen verbleven. Voor het eerst zijn bij een wachttoren vondsten gedaan die meer vertellen over het dagelijks leven op zo'n toren. Graafstal en zijn team hebben naast een fragment van een maalsteen, een slingerkogel, mantelspelden en aardewerk gevonden ook etensresten zoals visgraten. Twee triktrakstenen maken duidelijk dat er ook momenten van ontspanning waren tussen het wachtlopen op de zeven meter hoge bovenste verdieping.
De wachttorens stonden bij de rivier. Iedere toren was zo geplaatst dat de wachters een hele bocht in de rivier konden overzien.
Rond 90 na Chr. begonnen de Romeinen de aanvankelijk onverharde weg op de zuidoever van de rivier aan te pakken. Ze maakten er een dijkvormig weglichaam van met een rijweg met een breedte van ongeveer vijf meter. Omstreeks 100 en 125 na Chr. voerden de Romeinen langs de hele grens grote werken uit. Mogelijk op bevel van eerst Trajanus en later Hadrianus, die rond die tijd Neder-Germanië bezochten. Een en ander hield waarschijnlijk verband met troepenverplaatsingen van Neder-Germanië naar de onveiliger Donaugrens. Verbeterde infrastructuur en communicatielijnen maakten troepenverminderingen langs de Rijm minder risicovol.
BOUWMATERIALEN
Bij de bouwwerkzaamheden moeten duizenden soldaten betrokken zijn geweest. Eikenhout, basaltblokken en grind werden uit verre streken per schip aangevoerd. Op gezette punten verrezen kademuren en aanlegplaatsen om de schepen te kunnen lossen. In naburige emplacementen werden de bouwmaterialem opgeslagen en verwerkt om te kunnen dienen als oeverconstructies, wegbeschoeiingen en plaveisellagen.
Het onderhoud van de limes in het rivierenlandschap kostte minstens zoveel moeite. In de loop der jaren veranderde de rivier zijn loop en moest soms een toren verplaatst worden. Graafstal heeft een plek gevonden waar dat twee keer is gebeurd. Verder moest er ieder jaar wel iets gerepareerd worden, omdat de rivier steeds weer ergens door een oever brak. Met een systeem van moerasbruggen, dammen en duikers deden de Romeinen hun best om de boel zo droog mogelijk te houden. Ze hebben het tot ver in de derde eeuw volgehouden, daarna trokken ze weg uit het rivierenlandschap.