PARCO DELLA TOMBA DI VIRGILIO

Het archeologisch park naast kerk van S. Maria di Piedigrotta a Mergellina bevat belangrijke sporen voor de geschiedenis van de Campi Flegrei en van het oude Napels. Het was lang privé bezit, maar werd geleidelijk opgekocht door de staat en in 1930 gerangschikt volgens een route die ieder kan doorlopen. Deze ingreep bracht noodzakelijkerwijs veranderingen in het uiterlijk van de plaats, vooral op de helling die leidde naar de ingang van de Crypta Neapolitana, waarvan het originele uiterlijk is gedocumenteerd in talrijke houtsnedes en oude aquarellen.

Napoli, Parco della Tomba di Virgilio. Gebouwd door Pietro d'Aragona (1668). In de onderste insciptie, achter de namen van de Balnea Puteolani, is de ligplaats van Vergilius beschreven; ook het beroemde distichon, aan hem toegeschreven staat hier vermeld: Mantua me genuit, Calabri rapuere, tenet nunc
Parthenope, cecinit pascua, rura, duces.
Onmiddellijk na de ingang van park vindt men het gebouw, in 1668 gemaakt door onderkoning Pietro d'Aragona. De bovenste inscriptie vermeldt enige restauratiewerken aan de Crypta en prijst in poetische bewoordingen het land van de Campi Flegrei en de lofwaardigheid van zijn oudste badinrichtingen. De onderste inscriptie is samengesteld door de arts Sebastiano Bartolo, die, terwijl hij refereerde aan een van zijn, toen zeer verbreide, werken, la Thermologia Aragonia, de eerste 12 balnea opsomde die men tegenkwam vanaf de uitgang van de Crypta (balneum siccum sive sudatorium S. Germani di Agnano), tot aan de Solfatara (balneum Sulphatarae seu foris vulcani), terwijl hij de weldadige eigenschappen ervan beschreed. Een 2e gebouw met de vermeldingen van de balnea puteolani werd gezet bij het begin van Pozzuoli, terwijl een derde, bij het einde van de 18e eeuw verwijderd, zich bevond op de weg tussen het lago Lucrino en Baia, bij de plaats die door dat monument de naam <<Punta dell'Epitaffio>> draagt. Enkele disticha die in het lagere deel van het Napolitaanse gebouw te zien zijn, wijzen de wandelaar op de nabijheid van de <<tomba di Virgilio>>; o.a. het beroemde grafdistichon:
Mantua me genuit, Calabri rapuere, tenet nunc
Parthenope, cecini pascua, rura, duces

(<<Mantova heeft me verwekt, Calabrië heeft mij weggerukt, nu heeft Partenope (Napels) mij; ik bezong de weiden, de landerijen, de leiders>>).
Langs het steile laantje passeert men na een bocht aan de rechterkant het graf van Giacomo Leopardi (1798-1838), een monument waarin in 1939 het stoffelijk overschot van de dichter kwam te liggen. Steeds klimmend komt men op het pleintje tegenover de Crypta Neapolitana.