Bergrede, toespraak van Jezus, die door Mt als een soort troonrede aan het begin van het openbare leven geplaatst wordt (Mt 5-7). Lc geeft de b. in verkorte vorm (Lc 6,20-49), terwijl Mc hem weglaat (vgl. de 'naad' in Mc 4,19v).
(I) De 'Redaktionsgeschichte' van de b. wordt duidelijk uit onderstaande synopsis. Hierin zijn niet opgenomen de enkele vss die Lc eigen heeft: 6,2426; 6,38a; 6,39 (= Mt 15,14); 6,40 (= Mt 10,24v); 6,45 (= Mt 12,34v).
Hiermee heeft Lc de b. geschikt willen maken voor een breder publiek: bij hem spreekt Jezus niet alleen voor de scharen, die hem volgen, maar ook voor de ongelovigen en onverschilligen (vgl. de overgang in 6,27). Vandaar dat de b. bij Lc gehouden wordt op de vlakte bij het meer (6,17; vgl. Mc 3,7) na' de keuze van de leerlingen, die op de berg plaats vond (6,1217; Mc 3,13-19). (Het is dus onnodig deze twee plaatsbepalingen met elkaar in overeenstemming te brengen). In grote lijnen kan men dus zeggen: Mt voegt stukken toe om literaire redenen; Le laat ze weg of voegt ze toe op principiële gronden.
(II) De bepaling van het literaire genre van de b. is
van groot belang voor de exegese. In zijn oorspronkelijke
opzet is de b. geen casuïstische moraalcodex
(ook al heeft het er soms de schijn van: als gij ...),
maar een kerygma, dat met één forse handbeweging
het farizeese formalisme van de tafel veegt. (Bij Mt
is dit kerymatische karakter overigens reeds verzwakt:
vgl. Mt 6,33 met Lc 12,31). Vervolgens moeten
we de b. plaatsen in de eschatologische situatie,
die met de komst van Jezus is aangebroken. Men
zou de situatie kunnen vergelijken met die van de
zogenaamde crisisparabels: het rijk Gods dat voor de
deur staat eist van de mens radicale beslissingen (Mt
6,19-34). Tenslotte is de moraal van de b. gebaseerd
op de nieuwe aeon. Het is dus geen elite-moraal, ook
geen onbereikbaar ideaal, dat de mens van zijn ontoereikendheid
wil overtuigen, maar de realiteit van
het kindschap Gods in zijn geestelijke volwassenheid.
Lit. Th. Soiron, Die Bergpredigt (Freiburg 1940). L. Ragaz,
Die Bergpredigt Jesu (Bern 1945). M. Dibelius, Die Bergpredigt:
Botschaft und Geschichte 1 (Tübingen 1953) 79-174.
P. Bonnard, Le Sermon sur la Montagne (Neuchâtel/Paris
1956). J. Staudinger, Die Bergpredigt (Wien 1957). J. Dupont,
Les Béatitudes (Bruges/Louvain 1958). J. Jeremias, Die
Bergpredigt (Calwer Hefte 27, Stuttgart 1960). W. Grundmann,
Die Bergpredigt nach der Lukasfassung (Studia Evangelica,
Berlin 1959, 180-189). L Kürzinger, Zur Komposition
der Bergpredigt nach Matthäus (Bb 40, 1959, 569-589). E.
Thurneysen, Die Bergpredigt (Theol. Existenz Heute 105;
München 1963). W. D. Davies, The Setting of the Sermon
on the Mount (London 1964). H. T. Wrege, Untersuchungen
zur tïberlieferung des Spruchgutes der Bergpredigt
(Diss. Göttingen 1964). G. Eichholz, Auslegung der Bergpredigt
(Neukirchen-Vluyn 1965). [Bouwman]