Canon

(1) in de bijbel: zie Bijbel II.B en Bijbel III.B.

(2) C. in juridische zin heeft een voorgeschiedenis in een meer algemene zin: 'regel van het geloof, van de waarheid' of '- van de kerk' (steeds enkelvoud). In Gal 6,16 heeft c. betrekking op de norm van echt christen-zijn. Eveneens heeft de term in de eerste Clemensbrief 1,3 en 7,2 een ethische betekenis. Daarna vinden wij hem meermalen voor de kerkelijke norm die een voorschrift inhoudt of ook van de kerkelijke normen in het algemeen. Clemens van Alexandrië zou een geschrift over de 'C. van de kerk', inhoudende geloofsleer en morele leer, geschreven hebben (Eusebius, Historia ecclesiastica 6,13,3). Sedert de 4e eeuw worden de concilie-besluiten c.es genoemd (vgl. Hieronymus, Epistula 69,10: hos in sacerdotibus eligendis canones observare).

(3). Het gedeelte in het latijnse misformulier van het Sanctus (tot ca. 700 inclusief de prefatie) tot het Pater Noster. De term c. hiervoor vinden wij voor het eerst bij Gregarius de Grote (Epistula 9,12), canonica prex echter reeds ruim een halve eeuw eerder (vgl. ook canon actionis, Sacramentarium Gelasianum 3,16). Blijkens Hippolytus vinden wij in het begin van de 3e eeuw te Rome nog een vrije ontwikkeling van de c. in griekse vorm. Tegen het einde van de 4e eeuw moet de kern van de romeinse c. reeds aanwezig geweest zijn (bepaalde gedeelten komen in De sacramentis van Ambrosius voor).

In de griekse liturgie werd de term c. gebezigd voor een vaste groep van liturgische gezangen.


Lit. (ad 5): F. Cabrol, Canon Romain (DAL 2, 1910, 1847-1905). B. Botte, Le canon de la messe romaine (Mont César 1935). J. A. Jungmann, Missarum Sollemnia (Wien 1948). [Bartelink]


Lijst van Namen