Chiliasme

Chiliasme (gr. χίλια ἔτη, duizend jaar), ook millennarisme (lat. millenarius, duizend-) genoemd, is de leer over het duizendjarig rijk.

(I) Steunend op een letterlijke uitleg van Openb. 20, 1-10 leert het dat Christus op het einde der wereld op aarde zal verschijnen en daar een aards messiaans rijk stichten dat duizend jaar zal duren. Hierbij zullen alleen de rechtvaardigen lichamelijk verrijzen (eerste opstanding) en al die tijd met Christus regeren, terwijl de duivel tot onmacht gedoemd zal zijn. Daarna zal de duivel voor korte tijd worden losgelaten, maar bij het laatste oordeel definitief worden overwonnen. Tegelijkertijd zullen dan de zondaars lichamelijk verrijzen (tweede opstanding) en de eeuwige dood ingaan, terwijl de rechtvaardigen opgenomen worden in het hemels rijk. De kern van deze leer, een aards rijk van duizend jaar, was reeds voorbereid door joodse apocriefen (4Esd) en rabbijnse geschriften, en heeft dan in meer of minder gematigde vorm ingang gevonden bij Cerinthus, de ebionieten, montanisten en bij enkele kerkelijke schrijvers als Papias, Justinus, Tertullianus, Ireneus, Hippolytus, en leeft voort in een aantal sekten tot op de dag van heden.

(II) Een gezonde uitleg van Openb. 20, 1-10 dient rekening te houden met het literaire genre van dit boek. Niet alleen het getal 1000, maar heel de beschrijving dient men symbolisch op te vatten. Wat precies de zin is van deze symboliek, is een omstreden kwestie. Gewoonlijk neemt men in navolging van Augustinus (Civ. Dei 20,7-14 [CCL 48,708-723]) aan, dat met het millennium de tijd van de kerk bedoeld is. De 'eerste opstanding' is dan het deelhebben van de gelovigen aan de verrijzenis van Christus (vgl. Col 2,12; 3,1; Phil 3,20; Jo 5,25). Sommigen zijn echter van oordeel, dat de schrijver toch wel wat concreter wil zijn en dat hij in deze perikoop het einde van de kerkvervolging voorspelt (bv. Boismard). Anderen daarentegen (bv. Daniélou) ontzeggen deze perikoop elke chronologische waarde en zijn van oordeel, dat met het millennium slechts het feit van de verrijzenis van de rechtvaardigen vóór de parousie bedoeld is (vgl. 1Cor 15, 23v). Zodra men van een bepaalde tijdsduur gaat spreken komt men in het vaarwater van de joodse apocalyptiek.


Lit. A. Gelin (DBS 5, 1289-1294). W. Bauer (RAC 2, 1073-1078). J. Daniélou (Bibeltheol. Wört. 2, 1096-1099). Id., Théologie du judéo-christianisme (Paris 1958) 342-370. Id., La typologie millénariste de la semaine dans le christianisme primitif (Vig. Chr. 2, 1948, 1-16). H. Bietenhard, Das tausendjährige Reich (Zürich ²1955). [Bouwman]


Afkortingen Lijst van Namen