Corinthiërs (brieven)

(I) Paulus heeft tijdens zijn derde zendingsreis (54-55) verschillende mondelinge en schriftelijke contacten gehad met de gemeente van Corinthe. In de eerste brief (I), die een antwoord is op schriftelijke vragen van de C. (vgl. I, 7,1) herinnert Paulus aan een vroegere precanonieke brief (I, 5,9), waarvan sommigen een fragment menen te ontdekken in II, 6,14-7 ,1. In de tweede brief (II) wordt herhaaldelijk gesproken over een brief (II, 2,4.9; 7,8), die de apostel onder tranen geschreven heeft (vandaar 'tranenbrief') en waarmee onmogelijk I bedoeld kan zijn, omdat de stemming van deze brief heel anders is. Deze tranenbrief wordt door sommigen geïdentificeerd met II, 10-13. In II, 2,1 schrijft Paulus, dat zijn bezoek erg verdrietig geweest is. Met dit bezoek kan weer niet dat van de tweede zendingsreis (Hand 18,1-17) bedoeld zijn. De apostel zegt trouwens (II, 12,14; 13,1), dat hij op het punt staat de C. voor de derde keer te bezoeken. Tussen I en II is Paulus dus nog eens in Corinthe geweest. Uit II blijkt, dat er in deze tijd ernstige moeilijkheden gerezen zijn in de gemeente; een groot deel van II is aan deze spanningen gewijd.

(II) Er zijn na de eerste prediking van Paulus mensen opgetreden, die de apostel sarcastisch 'super-apostelen' noemt (II, 11,5; 12,11) en ook 'pseudo-apostelen' (II, 11,13). De moeilijkheden concentreren zich rond een bepaalde persoon (II, 2,5; 7,12), die waarschijnlijk identiek is met de satansengel van II, 11,7 (vgl. II, 11,14). De tegenstanders zijn blijkbaar van joodse afkomst (II, 11,22). Zij beroepen zich op charismatische begaafdheden (vgl. II, 12,1), die in de kerk van Corinthe in hoog aanzien stonden (I, 12-14). Zij preken zichzelf (vgl. II, 4,5) en buiten de gelovigen uit (II, 11,20), wat Paulus nooit gedaan heeft (I, 9,12; II, 12,13-18. Zij binden hun aanhangers aan hun eigen persoon naar het voorbeeld van de rondtrekkende filosofen (I, 1,11-17; 3,3-9). Zij verwijten Paulus zwakheid in zijn optreden (II, 10,1.10; vgl. I, 2,2; II, 13,4 en simpele taal (I, 2,1-5). Zij durven hem zelfs het apostolaat te ontzeggen (I, 9,1).

(III) Het is niet gemakkelijk de leer van Paulus' tegenstanders te reconstrueren, daar de apostel hen slechts zijdelings aanvalt. Zij preken een andere Christus (II, 11,4), niet de gekruiste, die Paulus verkondigt (I, 1,18-25). Zij maken het kruis van Christus krachteloos (I, 1,17; vgl. Gal 5,11) door menselijke wijsheid te prediken (I, 8,1; II, 10,5). Dit wijst erop dat we met een gnostische richting te doen hebben. Hiermee hangt een dualistische tendens samen, die zich enerzijds manifesteert in libertinisme (I, 5,1; 6,12; II, 12,21), anderzijds in overdreven ascetisme (I, 7 ,5). Blijkbaar geeft men ook aan het leerstuk van de verrijzenis een gnostische interpretatie als zou de verrijzenis bestaan in het zich vrijmaken van lichamelijke verlangens (I, 15). Ofschoon de leiders, zoals werd opgemerkt, joden zijn, vertoont de ketterij van Corinthe ook verwantschap met de hellenistische mysterie-godsdiensten: vermetel vertrouwen op sacramentele zekerheid (I, 10, 6.8); grote waardering voor charismatische begaafdheid (I, 12-14); losbandigheid bij de religieuze maaltijden (I, 11); particularisme (zie boven) en sexuele losbandigheid (I, 5,1-13; 6,9-20). Naast overeenkomsten met analoge stromingen in Klein-Azië (vgl. Gal en Col) vertoont de ketterij van Corinthe dus een eigen gezicht; gemeenschappelijk is alleen de joods-gnostische onderstroom.


Lit. W. Bieder, Paulus und seine Gegner in Korinth (ThZ 17, 1961, 319-333). L. Cerfaux, L'antinomie paulinienne de la vie apostolique (Recueil Cerfaux, Gembloux 1954, 445-467). E. Käsemann, Die Legitimität des Apostels: Eine Untersuchung zu 2Kor 10-13 (Darmstadt 1956). S. Lyonnet, L'étude du milieu littéraire et l'exégèse du NT: (3) Les 'gnostiques' de Corinthe et la 'problématique' de 1Cor (Bb 37, 1956, 1727); T. W. Manson, St. Paul in Ephesus: (3) The Corinthian Correspondence (BJRL 26, 1941, 101-120). K. Prümm, Gal. und 2Kor: Ein lehrgehaltlicher Vergleich (Bb 31, 1950, 2772). H. Rusche, Die Leugner der Auferstehung von den Toten in der kor. Gemeinde. Stimmen zum Problem: Die 'Gegner' des Apostels Paulus von 1Kor 15 (Mü. Th. Z. 10, 1959, 149ff). W. Schmithals, Die Gnosis in Korinth (Göttingen 1956). P. A. van Stempvoort, Paulus und die Spaltungen zu Korinth (Begegnung der Christen [Fschr. O. Karrer], Stuttgart 1959, 83-89). W. H. Murray Walton, St. Paul's Movements between the Writing of 1 and 2 Corinthians (Exp. T. 56, 194-445; 136-138). U. Wilckens, Weisheit und Torheit; Eine exegetisch-religionsgesch. Untersuchung zu 1Kor 1-2 (Tübingen 1959). W. Bieder, Paulus und seine Gegner in Korinth (Theol. Z. Basel 17, 1961, 319-333). R. E. Davies, Studies in 1 Cor. (London 1962). G. Friedrich, Die Gegner des Paulus im 2. Korintherbrief (Festschr. Michel, Leiden/Köln 1963, 181-215). W. Schmithals, Die Gnosis in Korinth (Göttingen ²1964). J. C. Hurt, The Origin of 1 Cor. (London 1965). [Bouwman]


Afkortingen Lijst van Namen