Melek is evenals Milkom en Moloch een godennaam.
Drie aanduidingen die teruggaan op de betekenis
van de eerste, een hebreeuws woord voor 'koning',
en daar in de oudoosterse wereld iedere godheid
ook koning genoemd werd, kon de soortnaam
tot eigennaam worden. Op grond van psalmteksten
mag men aannemen dat de God van Israel ook als
koning werd aangeroepen (Ps 10,16; 24,7,10; 47,5,7,
8; 74,12; 84,4; 95,3; 145,1). Daarbij dreigde het misverstand
dat Israel deel zou krijgen aan de verwerpelijke
cultus van een kanaänitische koning-god. Door
een andere vocalisatie kon men dit gevaar uit de
weg gaan. Zo wordt de voornaamste godheid der
Ammonieten Milkom genoemd (Jr 49,1,3), met een
slot-m, wat zou kunnen betekenen 'koning bij uitstek'.
Dezelfde godheid heet echter 1Kg 1 1,7 Moloch
'de gruwel der Ammonieten'. Hetzij de God van
Israel, hetzij een assyrische godheid werd later als
'koning' vereerd en naar het schijnt door mensenoffers
in het dal van Kidron. Dit was door de wet
van Mozes verboden (Lv 18,21; 20,2-5). Deze offers
werden volgens 2Kg 23,10 en Jr 32,35 gebracht aan
Molech of Moloch. Eissfeldt meende op grond van
punische inscripties te kunnen aantonen dat met
'molk' een votiefoffer werd bedoeld, maar dit is betwistbaar.
Lit. O. Eissfeldt, Molk als Opferbegriff im Punischen und
Hebräischen und das Ende des Gottes Moloch (Halle 1935).
N. Schneider, Melchom, das Scheusal der Ammoniter (Bb
18, 1937, 337-343). Id., Melchom (Bb 19, 1938, 204). W. Kornfeidt,
Der Moloch. Eine Untersuchung zur Theorie O. Eissfeldts
(Wiener Zeitschrift für die Kunde des Morgenlandes
51, 1952, 287-313). K. Dronkert, De Molochdienst in het OT
(Leiden 1953). H. J. Kraus, Psalmen Bnd 1 (Neukirchen
1960, Exkurs 4, 197-204).
[Beek]