Chamavi

Chamavi, germaanse stam in oostelijk Gelderland en aangrenzend duits gebied. Met zekerheid worden zij pas genoemd door Tacitus (Germania 33): kort voor 98 maakten zij zich met de Angrivarii meester van een deel van het land der Bructeri tussen Yssel en Lippe. In de 4e eeuw trachtten de C. het romeinse rijk binnen te dringen, maar zij werden door Constantijn de Grote tegengehouden. Onder Julianus de Afvallige (355-363; Charietto) verdreven zij de Salii uit de Betuwe. Volgens Zosimus waren de Quaden de schuldigen, die hij een deel van de Saksen noemt; zijn bron Eunapius (fragment 12) spreekt echter van C. In de middeleeuwen vormde het land der C. gedeeltelijk de gouw Hamaland, die door Sigebertus Gemblacensis een pagus Saxoniae wordt genoemd. Alleen de late lex Francorum et Chamavorum wijst op een nauwe verbinding met de Franken, maar nergens staat expressis verbis dat de C. in de Franken zijn opgegaan.


Lit. B. Stolte, De gegevens der antieke schrijvers over de Franken en hun interpretatie (Mededelingen Vereniging voor Naamkunde Leuven en Commissie voor Naamkunde Amsterdam 37, 1961, 1-30). Id., Het probleem der Saksen (Am. Thijmgenootschap 53, 1965, 12-25). [Stolte]


Kaart