
Edfu, moderne naam, afstammend van egyptisch
Db3, koptisch Atbò en Thbò, van de hoofdstad der
2e opperegyptische gouw, op
de westoever van de Nijl, in de hellenistische tijd
Ἀπόλλωνος πόλις geheten. Zij is beroemd wegens
haar grote tempel, die de meest gave is in geheel
Egypte. Deze is toegewijd aan de god
Horus, die hier
het epitheton 'Horus van Behdet' draagt, maar ook
als Re-Harachte (Re-Horus van het Lichtland) en als
Harsiesis verschijnt. Zijn paredra is
Hathor van Dendara
Tentyris.
Met de bouw van de huidige tempel
werd in 237 vC begonnen door Ptolemaeus III
Euergetes; hij was in 57 vC voltooid. Vóór de tempel
ligt een mammisi of 'geboortehuis' van de jonge
Horus onder de verschijningsvorm van Hr-sm3-t3.wj,
Ἀρσομτευς (Horus, vereniger der beide landen).
Het werd door Ptolemaeus VIII
Euergetes II gebouwd en
door Ptolemaeus IX Soter II van inscripties en reliëfs
voorzien. Een locale legende brengt E. in verband
met de z.g. 'Horusmythe', die de strijd beschrijft van
Horus tegen Seth, de vijand van zijn vader Re. Deze
strijd, waarin Horus zijn tegenstrever, als nijlpaard
voorgesteld, harpoeneert, staat afgebeeld in reliëfs
met bijschriften op de binnenzijde van de westelijke
buitenmuur van de grote tempel (Horus de harpoeneerder:
Hr msnw, Ἁρεμσυνις). Hij werd ook als
heilig drama opgevoerd op het z.g. Overwinningsfeest
op 21 Mechir (15 februari).
In de tell naast de tempel werd een necropool gevonden
uit het Oude en Middel-Rijk, naast huizen uit
de greco-romeinse (o.a. een jodenkwartier) en uit de
byzantijnse tijd. Bijzonder te vermelden is de mastaba
van Isi, vizier van Teti en vermoedelijke opvolger
van Kagemni (6e dynastie), die als gouwvorst van E.
stierf en tot in het Middel-Rijk het voorwerp was van
een eredienst.
Lit. RÄR 51. 858. Porter/Moss 6, 119-177. - É. Chassinat,
Le temple d'Edfou, 14 dln. (Mém. Miss. archéol.
franç. 10-11,
20-31; Le Caire 1897-1934). - Fouilles franco-polonaises.
Rapports: 1. B. Bruyère e.a., Tell Edfou 1937: 2. K. Michalowski
e.a., Tell Edfou 1938: 3. Christiane Desroches e.a.,
Tell Edfou 1939 (Le Caire 1937, 1938-39, 1951). [Vergote]