
Helicon (Ἑλικών), naam van het belangrijkste gebergte
van Boeotië, dat zich van west naar oost
uitstrekte tussen de Golf van Corinthe en het
Copaismeer
(hoogste toppen 1748 en 1526 m).
De westelijke uitlopers van het bosrijke gebergte behoorden tot Phocis, op de oostelijke bevonden zich een aantal heiligdommen, o.a. een van Zeus en 10 km ten westen van Thespiae het beroemde heiligdom van de Muzen, waarvan enkele resten uit de hellenistische tijd nog zichtbaar zijn.
Dicht daarbij lagen ook de door de hoefslag van het
ros Pegasus ontstane bronnen Hippocrene en
Aganippe, waarvan het water dichterlijke inspiratie
schonk. In de literatuur geldt de H. als woonplaats
van de Muzen.
Lit. Pausanias, Periegesis 9, 28-31. - F. Bölte (PRE 8, 1-7).
Philippson/Kirsten, Die griechischen Landschaften 1, 434-466.
- A. Burn, Helikon in History (ABSA 44, 1949, 313-323). G.
Roux, Le Val des Muses et les Musées chez les auteurs anciens
(Bull. de Correspondance Hellénique 78, 1954, 22-48).
[Nuchelmans]