Sam'al

kaartSam'al, stadstaat in het zuiden van Anatolië, gelegen ten noordwesten van Gaziantep; thans de ruïneheuvel Zincirli/Sengirli. Bij de opgravingen zijn een aantal belangrijke monumentale inscripties aan het licht gekomen, die in het corpus der noordwestsemitische teksten een bijzondere plaats innemen en licht werpen op de geschiedenis en cultuur van Noord-Syrië in het begin van het 1e millennium vC. S. was een stad met een syro-hethitische cultuur, waarin aanvankelijk het Luwische element domineerde, zoals o.a. nog uit de koningsnamen Kilamu(wa) en Panammu(wa) blijkt. Reeds vóór de 9e eeuw echter werd de arameese invloed er sterk, zoals uit de taal der inscripties en andere koningsnamen blijkt: Gabbar, de stichter van de dynastie, en de latere koning Barrakkab. Ook de naam van het land, Y'dy, is van arameese origne. De in de verschillende inscripties genoemde goden zijn allen westsemitisch of aramees: Ba'al-smd, de god van Gabbār; Rakkab'el, de god van de dynastie; Ba'al-hammān; El; Šamš; Hadad en Rešef. We kennen de volgende reeks vorsten: Gabbār, Bmh, Hj', (Hajānu, ca. 855 vC), S'l en diens broer Kilamu(wa) (ca. 825 vC), en wat later Qrl, Panammu(wa) I (ca. 760 vC), Barsr, Panammu(wa) II (vazal van Tiglath-Pileser III, ca. 735 vC) en Barrakkāb (ca. 730 vC). De oudste inscriptie, van Kilamu(wa), is geschreven in het phenicisch, dat als schrijftaal werd gebruikt (KAI nr. 24). De tekst op een beeld van Hadad, opgericht door Panammu(wa) I, en die op een door Barrakkab opgericht beeld van de in assyrische krijgsdienst gesneuvelde Panammu(wa) II zijn geschreven in het eigen dialect van S. (wel ja'udisch genoemd), dat onderscheiden is van het oudaramees (KAI nrs. 214-215).

De andere inscripties van Barrakkāb zijn in het oudaramees gesteld. Ze geven inzicht in de taalkundige situatie van Noord-Syrië en in de interne ontwikkelingen van S. en zijn pantheon; ze verraden literaire kwaliteiten, met beïnvloeding door het phenicisch en de stijl der assyrische koningsinscripties. Aan het einde van de 8e eeuw vC werd S. als provincie bij het assyrische rijk ingelijfd.


Lit. F. van Luschan e.a., Ausgrabungen in Sendschirli 1-5 (Berlin 1893-1943). B. Landsberger, S. Studien zur Entdeckung der Ruinenstätte Karatepe (Ankara 1948). R. D. Barnett, The Gods of Zinjirli (in: Compte Rendu de Ja Onzième Rencentre Assyriologique Internaticnale 1962, Leiden 1964, 59-87). J. C. Gibson, Textbook of Syrian Semitic Inscriptiens 2 (Oxford 1975) nrs. 13-17. P.-E. Dion, La langue de Ya'udi (Waterloo, Ontario 1974). H. Tamil, The End of the Hadad Inscription in the Light of Akkadian (JNES 32, 1973, 477-482). M. O'Connor, The Rhetoric of the Kilamuwa Inscriptions (BASOR 226, 1977, 15-29). [Veenhof]


Kaart