
Siloach (hebreeuws šilōah, LXX Σιλωάμ, naam
van een kanaal dat ten tijde van koning Achaz
water van de Gichon-bron binnen de stad Jeruzalem
bracht. Omdat dit kanaal bij een beleg door
de vijand afgesneden kon worden, liet koning Hizkia
ca. 705 vC een tunnel in de rots uithouwen,
die zowel de naam als de functie van het kanaal
overnam (2Kg 20,20 en 2Kr 32,30).
Deze tunnel, die in de vorm van een S van
noord naar zuid loopt, heeft een lengte van 512 m,
een breedte van ruim 1/2 m, een hoogte die varieert
van 1 tot 5 m, en een verval van ruim 2 m.
Het reservoir waarin hij uitmondde, was vóór het einde van de koningstijd een open vijver geworden. Ten tijde van Jezus bestond deze uit een bassin dat in Jo 9,7 het 'bad van de S.', in Jo 9,11 kortweg de S. genoemd wordt.
De tunnel werd vanuit twee tegenover elkaar liggende
beginpunten uitgehouwen. Toen men elkaars
houweelslagen hoorde, werd een inscriptie
van zes regels in oudhebreeuws schrift in de wand
gegraveerd. Deze inscriptie werd in 1880 teruggevonden
en bevindt zich thans in het oudheidkundig
museum van Istanbul (tekst in ANET 321b).
Lit. J. Simons, Jerusalem in the Old Testament (Leiden 1952)
79-188. H. Stoebe, Überlegungen zur Siloahinschrift (ZDPV
71, 1955, 121-140). Id. (VT 9, 1959, 99-101). [Beek]