Orgiën (ὄργια), bij de Grieken naam voor de handelingen
die tijdens de goddelijke eredienst verricht
werden, in het bijzonder tijdens de viering der
mysteriën. Bij sommige mysteriediensten, o.a. die
van de wijn- en vruchtbaarheidsgod
Dionysus,
droegen deze handelingen of δρώμενα een extatisch
en zelfs orgiastisch karakter, waardoor het woord
o. gemakkelijk een ongunstige klank en vervolgens
de moderne betekenis van 'losbandige uitspattingen'
kreeg.
Lit. L. Ziehen BRE 18. 1026-1029). - N. van den Burg,
Ἀπόρρητα, δρῶμενα, ὄργια (Diss. Utrecht 1939).
[Nuchelmans]