Het griekse woord τάλαντον betekende oorspronkelijk 'weegschaal', maar nam al vroeg ook de betekenissen 'gewicht' en '(afgewogen) betaalmiddel' aan. Daaruit ontstond in de archaïsche periode de betekenis 'talent', waarmee zowel de grootste gewichtsrekeneenheid aangeduid werd als - gezien de nauwe relatie tussen gewichts- en muntstelsel - de grootste monetaire rekeneenheid. Bij beide varieerde de waarde sterk naar plaats, tijd en functie.
A1s gewicht correspondeerde een t. in het aeginetische stelsel met 37,5, in het oude attische met 39,3, in het klassieke euboeïsch-attische met 26,2, in het attische stelsel van de keizertijd met 20,4 kg. Vrijwel overal werd het t. onderverdeeld in 60 mna's.
Deze sexagesimale deling wijst op herkomst van het stelsel uit Mesopotamië, waar als equivalent van het griekse t. de biltu van ca. 30 (bij de joden de kikkar van 34 à 36 kg) in gebruik was. De gemeenschappelijke grondvoorstelling schijnt te zijn geweest: het zwaarste gewicht dat een normaal mens zonder abnormale inspanning kan hanteren.
Als monetaire rekeneenheid vertegenwoordigde het t. 6000 drachmen. Stelt men voor Pericles' tijd de waarde van een drachme op ca. f 60 koopkracht 1970, dan komt de waarde van een t. op ca. f 360.000.
In het romeinse gewichtstelsel beantwoordde een
quadrantal van 80 romeinse ponden aan een attisch
talent.
Lit. C.F. Lehmann-Haupt (PRE Suppl. 8, 1962, 791-848).
[Nuchelmans]