Posidonius

Posidonius (Ποσειδώνιος) van Apamea (Syrië), griekse wijsgeer en wetenschapsbeoefenaar (ca. 135-51 vC). P. was de laatste vertegenwoordiger van de z.g. midden-stoa (stoa), waarin hij de door Panaetius geïntroduceerde platoniserende en aristoteliserende tendenzen in versterkte mate voortzette, waardoor zijn wijsbegeerte een duidelijk eclectisch karakter kreeg. In dit opzicht is hij een voorloper van de latere wijsgerige stelsels die in het neoplatonisme hun meest volmaakte vorm zouden vinden.

Daarnaast hield hij zich echter bezig met bijna alle wetenschapsgebieden (geschiedenis, aardrijkskunde, rechtswetenschap, wiskunde, sterrenkunde) zodat hij naast Aristoteles wel de meest universele wetenschapsbeoefenaar in de oudheid geweest is: zoals Aristoteles in de 4e eeuw het gehele weten van de griekse wereld doordacht en samenvatte, zo gaf P. een synthese van de wetenschap in de hellenistische periode. Door zijn vele (verloren gegane) geschriften is zijn invloed zeer groot geweest, ofschoon men deze met name in de eerste helft van de 20e eeuw wel wat overschat heeft.

Met betrekking tot het leven van P. zijn we vooral door Cicero, Strabo en de Suda behoorlijk ingelicht. In Athene volgde hij de lessen van Panaetius. Na diens dood (ca. 110) maakte hij vele reizen naar vrijwel alle landen rondom de Middellandse Zee, waardoor hij als geograaf bekendheid kreeg; ca. 97 vestigde hij zich op Rhodus, dat zijn tweede vaderland werd. Dit laatste blijkt bv. uit het feit dat hij in 87 als gezant van de Rhodiërs een bezoek bracht aan Rome. Hij telde Cicero onder zijn leerlingen (78) en Pompeius onder zijn vrienden. Tot zijn dood (51) verbleef P. op Rhodus, waar hij scholarch van de stoa en dus de opvolger van zijn leermeester Panaetius was.

In zijn kosmologie keerde P. terug naar de opvattingen van de oude stoa: hij aanvaardt opnieuw de door Panaetius verworpen leer van de periodieke terugkeer van alles in het éne oer-vuur, legt een sterke nadruk op de samenhang (συμπάθεια) van het Al en op de doelmatigheid van het wereldgebeuren, zodat hij ook de mantiek en de astrologie hun (door Panaetius verzwakte) functie in het menselijk leven teruggaf.

Anderzijds is zijn antropologie platoons: ofschoon hij vasthoudt aan het materiële karakter van de menselijke ziel, legt hij toch sterke nadruk op het verschil in stoffelijkheid tussen lichaam en ziel. De ziel wordt, zoals bij Plato, voortdurend gehinderd door het lichaam en bezit ook de traditionele drie 'delen': het verstandelijk deel (λογιστικόν), het deel van de hogere strevingen (θυμοειδές) en het deel van de lagere begeerten (ἐπιθυμητικόν). Omdat zij in wezen een deel is van de goddelijke levensadem (πνεῦμα), die alles met leven bezielt, is de menselijke ziel preëxistent aan de individuele mens en bestaat ook voort tot aan het einde van de wereldperiode.

Tengevolge van dit mensbeeld is ook de ethiek van P. meer platoons dan stoïsch. Van de oud-stoïsche ἀπάθεια is weinig meer over; het ethisch ideaal ziet hij in een harmonie tussen de verschillende zieledelen onder leiding van het verstand. Meer dan zijn leermeester Panaetius gaf P. een religieuze dimensie aan zijn ethiek; in dit opzicht keert hij terug tot de oud-stoïsche religiositeit (Cleanthes). Van Posidonius' wijsgerige geschriften - o.a. Περὶ θεῶν (De goden), Περὶ μαντικῆς (De mantiek), Περὶ τοῦ καθήκοντος (De plichtmatige daad) en Προτρεπτικοί (Aansporingen) - zijn slechts fragmenten over.

Omdat hij echter grote invloed uitoefende op bv. Cieero en Seneca is bij deze auteurs nog veel, hoewel niet gemakkelijk te identificeren erfgoed aanwezig.

Ook zijn grote (52 boeken) geschiedeniswerk is slechts fragmentarisch bewaard gebleven (vooral door Athenaeus, Plutarchus en Strabo). P. begon zijn Historiae, waarin hij om. beoogde de goddelijke zending van Rome tot uitdrukking te brengen, dat alle volkeren in één menselijke kosmos verenigt, op het punt waar Polybius ophield (146) en zette zijn beschrijving voort tot de dictatuur van Sulla (81). Zijn opvattingen omtrent de harmonie en samenhang van alle verschijnselen brachten hem ertoe grote stukken meteorologie en etnologie in zijn geschiedschrijving op te nemen. Een antieke buste van P. bevindt zich in het Museo Nazionale te Napels.


Lit. Uitgave der fragmenten: L. Edelstein/I. G. Kidd, Posidonius 1. The fragments (Cambridge 1972). W. Theiler, Poseidonios, Die Fragmente 1-2 (Berlin/New York 1982). - K. Reinhardt (PRE 22, 558-826). - Id., Kosmos und Sympathie. Neue Untersuchungen über Poseidonios (München 1926). M. Pohlenz, Die Stoa 1-2 (Göttingen 1948, 1972) passim. M. Laffranque, Poseidonios d'Apamée (Paris 1964). J. Malitz, Die Historien des Poseidonios (München 1983). [van Straaten]


Lijst van Namen