Griekse Eigenschappen

De Griekse cultuur begon voor de Romeinse. De Ilias, een van de vroegste geschreven Griekse werken, verscheen ongeveer 700 jaar voor de Aeneïs, een vroeg Romeins werk. De Ilias was op zijn beurt gebaseerd op 300 jaar verhalen vertellen.

De Griekse beschaving ontstond in kleine stadstaten. De Grieken hielden van het leven en leefden met genot. Zij hadden weinig belangstelling voor het leven na de dood, dat zelfs voor de grootste mensen iets zeer onplezierigs moest zijn. In de Odyssee zegt de dode Achilles dat hij liever een dagloner op aarde wilde zijn dan koning over de doden. Het beste dat een mens kon doen, waren grote daden die nog na zijn dood bekend zouden blijven. Omdat zij intellectuelen (dichters, filosofen en anderen) ook zeer eerden, naast hun grote strijders, konden grote daden door iedereen verricht worden.

De Grieken geloofden in individualiteit en prezen verschillen in persoonlijkheid en karakter. Zij werden gefascineerd door de tegenspraak dat het juist die deugden zijn die een mens groot maken en die hem tegelijk naar de ondergang leiden.

Hun mythen en godsdienst getuigen van deze trekken. Hun goden werden gepersonaliseerd en hadden sterke en zwakke punten; goden maakten vergissingen, raakten in verwarring en werden betrapt op overspel. Maar er waren ook goden die heldhaftig waren, wijs, liefdevol, en essentiële vaardigheden ontwikkelden zoals weven.

Sterfelijke helden speelden ook een belangrijke rol in de mythen. Er waren tijden dat de goden een menselijke held nodig hadden om voor hen gevechten te winnen. Maar zelden werd een held een god. In veel van de heldhaftigste verhalen zit het thema dat iemand uit de onderwereld teruggehaald moet worden. Dit is in sterk contrast met die godsdiensten waarin de komst naar de volgende wereld op de juiste manier het belangrijkste doel is.

[Mythen] UP Next