![]() |
Prometheus vormt een mens bijgestaan door Athene (sarcofaag 3e eeuw n.C.) |
![]() |
Prometheus draagt het vuur |
Door Heracles werd P. uit zijn benarde positie bevrijd. Volgens een andere versie was het Zeus zelf die hem losmaakte; de oppergod was namelijk van plan met Thetis in het huwelijk te treden en hij wist dat haar een geheim omhulde, waarvan alleen P. op de hoogte was. Nadat hij bevrijd was, vertelde hij aan Zeus dat ieder die Thetis huwde een zoon zou krijgen die sterker was dan zijn vader. De meeste verering genoot P. in Thebe, Phocis en Athene; vaak werd zijn eredienst verbonden met die van Hephaestus. Ter ere van P. vonden in Athene de Promethieën plaats: een fakkelloop vanaf zijn altaar in de Academie over de Ceramicus naar een ons onbekend doel in de stad. Homerus kent P. nog niet; Hesiodus schenkt in de Theogonie en de Erga uitgebreid aandacht aan hem. Ook in de latere griekse literatuur speelt P. een rol. Aeschylus wijdde een trilogie aan hem, waarvan één stuk, de Προμηθεὺς δεσμώτης, bewaard gebleven is; Plato liet hem samen met zijn broer Epimetheus optreden in de Protagoras.
In de beeldende kunst zien we P. op roodfigurige vazen herhaaldelijk afgebeeld als brenger van het vuur, bijvoorbeeld op een krater in Bologna en een in Oxford. Als 'schepper' van mensen komt hij voor op gemmen en sarcofagen, soms samen met Athene, die de door P. uit leem gevormde mensen het leven zou hebben ingeblazen. De voorstelling van de geketende P. al dan niet met adelaar treedt vrij frequent op, zowel op gemmen als op vazen, bijvoorbeeld op de binnenkant van een laconische schaal in het Vaticaans Museum. Zijn bevrijding door Heracles is onder meer weergegeven op een corinthische che kruik in het Antikenmuseum te Basel (hier ontbreekt de adelaar).
Lit. W. Kraus/L. Eckhard (PRE 23, 653-730). E. Paribeni
(EAA 6, 485-487). [Schouten]