Mesopotamië (III) Geschiedenis

Het kan niet de bedoeling zijn hier een compleet overzicht van de mesopotamische geschiedenis te geven: hetgeen hier volgt moet gezien worden als een globaal referentiekader voor de artikelen over de vermelde staten, steden en vorsten. Het voor de geschiedschrijving beschikbare materiaal is zeer ongelijkmatig verdeeld, hetgeen grotendeels bepalend is voor de periodisering van de geschiedenis. Alle directe historische bronnen als koningslijsten, kmnieken en koningsinscripties hebben meestal een speciale ideologische bedoeling, jaarnamen geven slechts een los incident, dat verleidt tot constructies die de werkelijkheid vermoedelijk geweld aandoen. Over zeer belangrijke episodes uit de geschiedenis van M. weten wij niets, bv. over de geschiedenis van het Zeeland; wij weten zo weinig over zelfs de meest uiterlijke feitelijkheden van de mesopotamische geschiedenis dat het niet eens mogelijk is het geraamte van de geschiedenis, bestaande uit lijsten van de regeringen van de koningen vóór het einde van de oudbabylonische periode, te verbinden met de lijsten van de vorsten vanaf de latere kassitische dynastie, wanneer er weer betrouwbare gegevens zijn voor de reconstructie van de chronologie.

De eerste werkelijk historische periode is de laatste fase van de vroeg-dynastieke tijd (ED III), hoewel wij voldoende gegevens hebben om aan te nemen dat er in de voorafgaande fase (ED II) een groot rijk met Kis als centrum bestond. Vooral Lagas, maar ook Ur en Uruk speelden een belangrijke rol. De Akkad-tijd begint met Sargons overwinning op Lugalzaggesi van Umma en Uruk, doch eindigt even plotseling met een inval van de Guti, die echter wel nooit heel Sumer en Akkad hebben beheerst. Lagas, d.w.z. Tello-Girsu, beleefde in ieder geval onder Gudea een nieuwe bloei. Na de verdrijving van de Guti door Utuhegal van Uruk volgde met Urnammu de derde dynastie van Ur, doch ook nu was de gecentraliseerde staat geen lang leven beschoren; eerst Isin en later ook Larsa namen, elkaar bestrijdend, de aspiraties van Ur III over, terwijl pas Hammurapi er voor zeer korte tijd in slaagde de eenheid van Babylonië te herstellen. In deze periode treedt Assyrië onder de vreemde veroveraar Samsiadad I voor het eerst als grote mogendheid op; tot die tijd was Assyrië, vermoedelijk beperkt tot de stad Assur en directe omgeving, vooral een handeldrijvend centrum geweest met handelskolonies in een reeks anatolische steden, o.a. Kanes.

Na de directe opvolgers van Samsiadad I in Assyrië en na het einde van de dynastie van Hammurapi in Babylonië door de inval van Mursilis begint er in de geschiedenis van M. een duistere periode. Zelfs de lijsten van de koningen ontbreken of zijn aantoonbaar onjuist. Pas vanaf het begin van de 15e eeuw zijn de gegevens weer wat ruimer, in Assur vanaf Puzurassur III (1490-1470), ook al was het land later in de 15e eeuw nog weer een vazalstaat van Mitanni onder Saussatar, en in Babylonië vanaf Burnaburis I (ca. 1450) en Ulamburias, die het Zeeland veroverde. Na een elamitische inval volgt hier op de kassitische dynastie de 2e dynastie van Isin. Assyrië begint de cyclus van expansie en verval met de grote veroveraars Assuruballit I, Adadnirari I, Salmanasser I, Tukultininurtta I en Tiglatpileser I, maar krijgt net als Babylonië de gevolgen van het binnendringen van de aramese stammen te verwerken, hetgeen tot een verregaande verharding van de politiek voert. Pas onder Adadnirari II (909-889) herstelt Assyrië zich, doch manifesteert van nu af een uitgesproken antagonisme ten opzichte van Babylonië.

De geschiedenis van Babylonië in deze periode is slecht gedocumenteerd. Het koninklijk gezag, steeds verbonden met de stad Babylon, was zwak; een groot gedeelte van de bevolking leefde, vooral in het zuiden, in stamverband; deze Chaldeeën speelden in feite tot de komst van de chaldese dynastie met Nabopolassar een voornamelijk onafhankelijke rol.

In Assyrië zette het proces van expansie en inkrimping zich voort, echter in dier voege dat het vaste bestand van de staat toch steeds toenam. Assurnasirpal II en Salmanasser III, Tiglatpileser III en de Sargoniden Sargon II, Sanherib, Asarhaddon en Assurbanipal zijn de voornaamste mijlpalen bij de vorming van een rijk dat tenslotte, met nog enige buitenposten, heel Voor-Azië, ten westen en zuiden van Zagros en Taurus, inclusief Egypte omvatte, en dat, na ondergang ten gevolge van een burgeroorlog, na een korte periode van deling tussen Meden en Chaldeeën aan de Perzen toeviel (539), met een groot deel van de instellingen die het had ontwikkeld.


Lit. De betreffende hoofdstukken in: J. Bottéro/E. Cassin/J. Vercoutter ed., Fischer Weltgeschichte 2, 3 en 4 (Frankfurt am Main/Hamburg 1965vv) en in I. E. S. Edwards/C. J. Gadd/N. G. L. Hammond ed., The Cambridge Ancient History³ (Cambridge 1970vv). Voor een overzicht van de belangrijkste problemen vgl. P. Garelli (La nouvelle Clio 2v, Paris 1969v). [van Driel]

Terug Register