Ceres

Ceres, oorspronkelijk een oud-romeins numen (macht) dat de creatieve krachten in de natuur beheerste of voorstelde; de naam Ceres wordt in verband gebracht met de werkwoorden 'creare' (=scheppen) en 'crescere' (=groeien). In de oudste fase van de romeinse godsdienst kwam deze goddelijke kracht waarschijnlijk voor als vrouwelijke of mannelijke (Cerus) godheid of als numen van onbepaalde sexe. Reeds vroeg werd C. geïdentificeerd met de griekse godin Demeter, wier sagen ook die van C. zijn; in 496 werd op grond van grieks-sibyllijnse orakels tot het bouwen van een tempel voor C. besloten. Op 19 april 493 werd hij aan de trias Ceres, Liber en Libera, d.i. aan Demeter, Dionysus en Core-Persephone, gewijd.

munt
Ceres en Annona

De tempel stond onder de zorg van de aediles plebis. De nauwe band die altijd heeft bestaan tussen de Cerescultus en de romeinse plebs, is te verklaren uit het feit dat dit deel van de bevolking het meest te lijden had van hongersnood en dat de plebejers van bepaalde erediensten der patriciers uitgesloten waren. De tempel van Ceres lag aan de voet van de Aventijn bij de Circus Maximus, onder de huidige kerk Santa Maria in Cosmedin. In de beeldende kunst heeft de romeinse Ceres geen eigen gestalte (Demeter).


Lit. G. Wissowa (PRE 3, 1970-1979). - H. le Bonniec, Le culte de Céres a Rome des origines à la fin de la Republique (Paris 195S). H. Wagenvoort, De dea Cerere deque eius mysteriis Romanis (Mnemosyne, ser. 4, 13, 1960, 111-142). [Suys-Reitsma]


Lijst van Namen