Van oudsher bestond op vele plaatsen een manier om kennis betreffende de toekomst te verkrijgen waarbij de loop van het noodlot of de wil van de geraadpleegde godheid geacht werd te blijken uit het resultaat van enigerlei vorm van loting (grieks κλήρωσις latijn sortitio). De takjes, houten staafjes, steentjes, bladeren, dobbelstenen en dergelijke die daarbij opgegooid, getrokken of anderszins in een door het toeval bepaalde positie gebracht werden, heetten sortes (enkelvoud sors), bij de Grieken κλῆροι. De bekendste orakels die met sortes werkten bevonden zich in Italië, waar andere orakelpraktijken altijd zeldzaam zijn geweest; vermoedelijk werd ook in Delphi oorspronkelijk met κλῆροι gewerkt.
Meer geavanceerde vormen van de s.-methode ontstonden
toen op de s. letters werden aangebracht
die door schudden en opgooien in een bepaalde
combinatie terecht kwamen. Hieruit ontwikkelde
zich in de hellenistische en keizertijd een methode
waarbij op houten plankjes of metalen plaatjes
relevante citaten uit de
Ilias, de Odyssee,
Hesiodus,
Vergilius' Aeneis,
het OT of het NT
werden aangebracht:
hieruit kon dan op directe of indirecte
wijze een sors getrokken worden. Een ook in de
middeleeuwen en later veel voorkomende variant
bestaat hierin dat men een boek op een willekeurige
manier openslaat en de eerste woorden waarop het
oog valt als antwoord op de gestelde vraag beschouwt
(cf. Augustinus, Confessiones 8, 12 en
Epistula 55,37).
Lit. K. Latte (PRE 18, 829-866 s.v. Orakel). - F. Heinewetter,
Würfel- und Buchstabenorakel in Griechenland und
Kleinasien (Diss. Breslau 1912). G. Björck, Heidnische und
christliche Orakel mit fertigen Antworten (Symbolae
Osloenses 19, 1939, 86-98). E. Stemplinger, Antiker
Volksglauben (Stuttgart 1948). [Nuchelmans]