Hadrianus 117 - 138




Publius Aelius Hadrianus werd op 24 januari 76 geboren te Italica in Zuid-Italië en na de vroegtijdige dood van zijn vader te Rome opgenomen in het kinderloze gezin van de latere keizer Traianus, die een verwant van hem was. Onder hem diende hij als tribuun aan de Donau en de Rijn. Ca. 100 trouwde hij met Traianus' achternicht Vibia Sabina. (Zij overleed in 136) Hij had een normale carrière (quaestuur 101, volkstribunaat 105, praetuur 106, consulaat 108,118,119). In de 1e Dacische oorlog (101-102) was hij stafofficier, in de 2e (105-106) commandant van de legio I Minervia. Vervolgens was hij stadhouder van Pannonia Inferior en van Syria gedurende de Parthische oorlog (114-117) van Traianus. Hij was lid van vele priestercolleges en stond hoog in de gunst bij de keizerlijke familie.

Na Traianus'dood in Cilicia (117) volgde Hadrianus hem onder dubieuze omstandigheden te Antiochië op. Steunend op zijn sleutelpositie in Syrië, zond hij een formele verklaring van opvolging aan de senaat, waarin hij diens privileges garandeerde; een dubbel donativum verzekerde hem van de steun van het leger.

Nuchter als hij was, beëindigde hij de nieuwe keizer de langdurige oorlog en gaf de expansiepolitiek en de veroverde gebieden in het Oosten prijs. Via Dacia en Moesia reisde hij naar Rome, waar hij in naam van Traianus een triomf over de Parthen vierde. Hier waren intussen vier oud-consuls als leiders van een tegen hem gerichte samenzwering met Nigrinus aan het hoofd terechtgesteld. Hadrianus die door zijn optreden de sympathie van de oude garde had verloren, keurde deze terechtstelling af en beloofde geen senator zonder vonnis van de senaat te veroordelen. Door allerlei maatregelen poogde hij in de gunst te komen. Het aurum coronarium gaf hij aan Italië geheel en aan de provincies gedeeltelijk terug. Achterstallige belastingen werden tot een bedrag van 900 miljoen sestertiën kwijtgescholden en gedurende een week vonden gladiatorenspelen plaats. Arme senatoren ontvingen financiële steun.

Hij was ook genoodzaakt de provincies te bezoeken om de defensie te versterken, opstanden te onderdrukken, bestuur en rechtspraak te inspecteren. Zijn eerste reis (121-125) voerde hem naar Gallia en Germania, waar hij de door Domitianus begonnen limes voltooide en strenge tuchtvoorschriften gaf. In Britannia begon in 122 met de aanleg van een defensielinie tussen de Solway Firth en de monding van de Tyne, de wal van Hadrianus. Deze werd ca. 135 voltooid en was 120 km lang. Aan de buitenzijde liep een V-vormige gracht met bunkers en torens; aan de zuidkant bevond zich een patrouilleerweg. - Toen de door Hadrianus' opvolger, Antoninus, gebouwde wal (150 km noordelijker) werd verlaten in 197, werd de muur van Hadrianus verwoest. Door Septimius Severus werd hij hersteld, maar op het einde van de 4e eeuw werd hij prijsgegeven. - Van Britannia reisde hij via Gallia en Spanje naar Africa waar hij persoonlijk in Mauretania intervenieerde en in Cyrenaica kolonies vestigde. In Klein-Azië bouwde hij Romeinse nederzettingen. Over Griekenland, waar hij in de Eleusinische mysteriënwerd ingewijd, en Sicilië keerde hij naar Rome terug. Hadrianus 2e reis (128-134) bracht hem weer naar Africa, waar hij wegen aanbesteedde en troepen inspecteerde. Via Rome begaf hij zich naar Athene, dat hij met gunsten overlaadde. In 129 bezocht hij Klein-Azië en Syrië. Tijdens zijn verblijf in Samosata braken in Judaea moeilijkheden uit. Toen hij in Egypte was (130), verloor Hadrianus zijn intieme vriend, Antinoüs.

De buitenlandse politiek van Hadrianus was gericht op de Pax Romana, niet op expansie. Opstanden in Britannia en Mauretania lokten slechts lichte straffen uit. Maar zijn optreden tegen Judaea, waar zijn edict tegen de besnijdenis en de voorgenomen stichting van Aelia Capitolina in Jeruzalem met een tempel van Iupiter op de plaats van de verwoeste Joodse tempel, leidde tot een opstand o.l.v. Bar-Kochba (132-135). Na het neerslaan werd Judaea als Syria Palestina onder een consulair legaat geplaatst; er werden 2 legioenen gelegerd, de stichting van Aelia Capitolina ging door. Hadrianus verminderde de rechten van de senaat en trad op als verlicht vorst. De ambtelijke staf werd uitgebreid. De vrijgelatenen die als ambtenaar dienden werden door equites vervangen. Hadrianus oefende d.m.v. curatoren een streng toezicht uit op de plaatselijke financië. Door de belastingverpachting te vervangen door rechtstreekse inning onder toezicht van keizerlijke procuratores werd uitbuiting van de provincies tot een zeldzaamheid. Hij reorganiseerde ook de post. Artsen, leraren, retoren en wijsgeren werden vrijgesteld van dienstverlening aan de staat. In het leger voerde de keizer een strengere tucht in. Legioenen en ook hulptroepen werden plaatselijk gerecruteerd. Het ambt van centurio werd voor Italiërs gereserveerd. De titel Caesar beperkte hij tot de persoon van de mederegent en aangewezen troonopvolger.

In cultureel opzicht bevorderde Hij meer het eigene van ieder volk dan de romanisering. Zo respecteerde hij o.a. locale erediensten, al bevorderde hij die van Roma. Zijn secretariaat omvatte een Latijnse en Griekse afdeling. Veel Griekse Kleinaziaten werden in de rijksdienst opgenomen. Hij had een grote belangstelling voor alles wat Grieks was. Vooral Athene heeft hij verfraaid met het Olympieion, de boog van Hadrianus en het Forum Hadriani. Op het Forum verrees de reusachtige dubbele tempel van Venus en Roma; het Pantheon kreeg zijn huidige vorm. De Moles Hadriani (Engelenburcht) moest zijn grafmonument worden en in Tibur (Tivoli) liet hij een enorm zomerpaleis bouwen.

Hadrianus, die zijn latere jaren in een betrekkelijke rust doorbracht, kreeg tegen het einde van zijn leven met ziekte en samenzweringen te maken. Deze laatste leidden in 136 tot de terechtstelling van Ursus Servianus en diens kleinzoon, de potentiële kroonpretendent Fuscus. Ter verzekering van zijn opvolging adopteerde de kinderloze keizer nog in hetzelfde jaar Lucius Ceionius Commodus onder de naam van Lucius Aelius Caesar. Deze stierf echter op 1 januari 138. Spoedig volgde de adoptie van Titus Aurelius Antoninus. Een half jaar later, op 10 juli, stierf Hadrianus te Baiae; hij werd bijgezet in zijn mausoleum. Zijn opvolger, Antoninus Pius, vergoddelijkte hem tegen de wil van de senaat.


Klik op een naam voor meer informatie!




Lit. Spartianus, Vita Hadriani. Cassius Dio, boek 69. - P. von Rohden (PRE 1, 493-520). B. Felletti Maj (EAA 1, 8388). H. Kaehler (EAA 1, 74-83; over de Villa van H.). G. Doublet, Notes sur les oeuvres littéraires de l'empereur Hadrien (Toulouse 1893). O. Schulz, Leben des Kaisers Hadrian. Quellenanalysen und historische Untersuchungen (Leipzig 1904). E. Kornemann, Kaiser Hadrian und der letzte grosse Historiker von Rom. Eine quellenkritische Vorarbeit (ib. 1905). W. Weber, Untersuchungen zur Geschichte des Kaisers Hadrian (ib. 1907). B. Henderson, The Life and Principate of the Emperor Hadrian (London 1923). P. Strack, Untersuchungen zur römischen Reichsprägung des 2. Jahrhu-nderts 2 (Stuttgart 1933). P. Graindor, Athènes sous Hadrien (Kairo 1934). L. Perret, Essai sur la carrière d'fiadrien jusqu'à son avènement (Paris 1934). J. Toynbee, The Hadrianic School. A Chapter in the History of Greek Art (Cambridge 1934). H. Bardon, Les empereurs et les lettres latines, d'Auguste à Hadrien (Paris 1940) 393-424. H. Kaehier, Hadrian und seine Villa bei Tivoli (Berlin 1950). B. d'Orgeval, L'empereur Hadrien. Oeuvre législative et administrative (Paris 1950). S. Perowne, Hadrian (London 1960). S. Aurigemma, Villa Adriana (Rome 1962). D. Ahrens, Zur Ikonographie Hadrians (Archäologischer Anzeiger 1964, 114-121). E. Smallwood, Documents Illustrating the Principates of Nerva, Trajan and Hadrian (Cambridge 1966). Over de Wal van H.: E. Fabricius (PRE 13, 623-634). G. Forni (EAA 4, 630-636). J. C. Brucell. Richmond, Handbook to the Roman Wall² (Newcastle-upon-Tyne 1966). E. Birley, Research on Hadrian's Wall (Kendal 1961). I. Richmond/E. Birley, Map of Hadrian's Wall (Southampton 1964). C. Stevens, The Building of Hadrian's Wall (Kendal 1966). [A. J. Janssen]




Keizers Rome Lijst van Namen