Claudius


Zilveren denarius van Ti.Claudius Nero (84 vC)
Diana met tekst S.C.
Roma op een tweespan met tekst TI.CLAVD.TI.F.AP.N.
Claudius, naam van een van de aanzienlijkste romeinse patricische gentes. De Claudii zouden in de begintijd van de republiek vanuit Regillum in het land der Sabijnen naar Rome zijn gekomen en daar spoedig in het patriciaat zijn opgenomen. Naast de patricische tak van de gens Claudia, waartoe de families der Pulchri, Centhones en Nerones behoorden, stond een plebejische, oorspronkelijk met de patricische verwante tak, waarvan de Marcelli de voornaamste familie vormden. In de keizertijd is de naam C. zeer verbreid tengevolge van de burgerrechtverlening op grote schaal door de keizers Claudius en Nero. De bekendste vertegenwoordigers van de gens zijn, afgezien van de Marcelli (Marcellus), die Claudii die onder de volkse naamsvariant Clodius bekend staan, keizer Tiberius Claudius Nero, diens broer Drusus maior en zoon Drusus minor, en keizer Claudius' zoon Britannicus en dochter Claudia Octavia, de volgende.

(1) Appius Claudius Crassus Inregillensis Sabinus, consul in 471 en 451 vC, in 451 en 450 voorzitter van het gevolmachtigde college der decemviri legibus scribundis, dat de wetten der Twaalf Tafelen tot stand bracht. Volgens de sterk gekleurde overlevering zou hij in 449, omdat hij het knappe meisje Verginia belaagd had, in de gevangenis zijn geworpen en daar zelfmoord hebben gepleegd.


Lit. F. Münzer (PRE 3, 2698-2702). - Livius 2, 56-61; 3, 33-58. Dionysius van Halicarnassus' romeinse geschiedenis 10, 54-11, 44.


(2) Appius Claudius Caecus, quaestor ca. 316 vC, praetor vóór 297 en in 295, consul in 307 en 296, dictator tussen 292 en 285, vooral bekend geworden als censor (312). Als zodanig legde hij de Aqua Appia (Aquaduct) en de Via Appia aan, bracht de eredienst van Hercules in staatshanden en nam voor het eerst onvermogende burgers in de tribus en zonen van vrijgelaten slaven in de senaat op. Als consul en praetor speelde hij een belangrijke rol in oorlogen tegen Etrurië en Campanië. Beroemd is de rede die de inmiddels blind geworden C. in 280 vC na de slag bij Heraclea tot de senaat richtte tegen de door Cineas overhandigde vredesvoorstellen van Pyrrhus. C. zou ook een spreekwoordenverzameling gepubliceerd, de spelling hervormd en over juridische vraagstukken geschreven hebben. Drie van zijn zonen waren waarschijnlijk de stamvaders van de Pulchri, de Centhones en de Nerones.


Lit. Livius 9, 29-46; 10, 11-31. Diodorus Siculus 20,36. F. Münzer (PRE 3, 2681-2685). - P. Lejay, Appius C. Caecus (Revue de Philologie 1920, 92-141). H. Bardon, La littérature latine inconnue 1 (Paris 1952) 20-25.


(3) Quintus Claudius Quadrigarius, romeinse geschiedschrijver, een van de z.g. jongere annalisten. Hij schreef ten tijde van Sulla en in diens geest Annales of Historiae in minstens 23 boeken, die de romëinse geschiedenis behandelden vanaf de verwoesting van de stad door de Galliërs (390 of 387 vC) tot ca. 80 vC. Dit werk, dat de opsomming der gebeurtenissen verlevendigde door het inlassen van redevoeringen, brieven en anecdotes, vormde vanaf 187 vC de hoofdbron voor Livius' grote geschiedwerk. De sobere, maar tegelijk enigszins elegante stijl van C. werd door Fronto en Gellius hoog gewaardeerd.


Lit. Fragmenten bij H. Peter, Historicorum Romanorum Reliquiae 1² (Leipzig 1914) 205-237. - B. Niese (PRE 3, 2858-2861). GRL 1, 316-319. - M. Zimmerer, Der Annalist Q. C. Quadrigarius (Diss. München 1937). A. Klotz, Der Annalist Q. C. Quadrigarius (Rheinisches Museum 91, 1942, 268-285). P. G. Walsh, Livy. His Historical Aims and Methods (London 1961) 110vv.


(4) Gaius Claudius Nero nam in 212 en 211 vC als praetor en propraetor deel aan het beleg van het van Rome afgevallen Capua en versloeg in 207 als consul aan de Metaurus Hannibals broer Hasdrubal, samen met zijn collega Marcus Livius Salinator, met wie hij in 204 de censuur bekleedde.


Lit. Livius 26-27 passim. - F. Münzer (PRE 3, 2774-2776).


(5) Tiberius Claudius Nero, vader van keizer Tiberius en Drusus maior. Hij was quaestor en commandant van Caesars vloot in het bellum Alexandrinum (48 vC) en werd vervolgens belast met de stichting van coloniae in Gallia Narbonensis (46-45). In 42 of 41 vC was hij praetor. In het bellum Perusinum (41-40) stond C. aan de zijde van Lucius Antonius; toen deze zich aan Octavianus moest overgeven, wist C. met zijn vrouw Livia te ontkomen naar Sicilië, waar hij een toevlucht vond bij Sextus Pompeius. In 39 vC vond een verzoening met Octavianus plaats. Toen deze Livia leerde kennen, haalde hij C. over om haar aan hem af te staan. C. liet zich van Livia scheiden, die in het huis van haar nieuwe gemaal Claudius' tweede zoon Drusus ter wereld bracht. C., die vanaf 46 vC ook pontifex was, stierf in 33 vC.


Lit. F. Münzer (PRE 3, 2777v).


(6) Gaius Claudius Pulcher, praetor in 180 vC, consul in 177, krijgstribuun in 171. Als censor - samen met Tiberius Sempronius Gracchus, de vader der Gracchen - trad hij in 169 streng tegen de equites op. C. overleed in 167 als lid van de commissie die belast was met de bestuurlijke reorganisatie van Macedonië en Griekenland.


Lit. F. Münzer (PRE 3, 2855v).


(7) Appius Claudius Pulcher, zoon van de gelijknamige consul van 79 vC, vergezelde zijn zwager Lucullus op diens aziatische veldtochten, was praetor in 57, consul in 54 en gouverneur van Cilicia van 53 tot 51; als zodanig was hij de voorganger van Cicero, van wie 13 interessante brieven aan C. bewaard zijn gebleven. In 50 was C. censor, in 48 stierf hij op Euboea als gouverneur van de provincie Macedonia. C. was een broer van de beruchte Clodius. Hij schreef een werk over het augurenrecht, waarvan hij het eerste boek opdroeg aan Cicero.


Lit. F. Münzer (PRE 3, 2849-2853). - Cicero, Epistulae ad familiares, boek 3. [Nuchelmans]


Lijst van Namen