Plancus

Plancus, cognomen van de aanzienlijkste familie der romeinse gens Munatia. De twee voornaamste Planci waren de volgende.

(1) Lucius Munatius Plancus, geboren tussen 90 en 85 vC, diende als legaat onder Caesar tijdens diens gallische expedities en in de burgeroorlog. In 46-45 was hij stadsprefect, in 44-43 stadhouder van Gallia Comata, waar hij veteranenkolonies stichtte in Lugdunum (Lyon) en Augusta Raurica (Augst).

In 43 sloot P. zich aan bij Marcus Antonius, waarna hij in 42 consul was. In het bellum Perusinum (41-40) poogde hij vergeefs Lucius Antonius te ontzetten; na de val van Perusia vluchtte hij met Fulvia naar haar echtgenoot Marcus Antonius in Athene. In 39 werd hij benoemd tot stadhouder van Asia, in 35-34 was hij stadhouder van Syria. Inmiddels ontstond er verwijdering tussen Antonius en P., die tenslotte in 32 de zijde van Octavianus koos. Hij werd diens persoonlijk adviseur en hij was het die in 27 vC in de senaat het voorstel deed om Octavianus de titel Augustus te verlenen. Na in 22 censor geweest te zijn overleed P. ca. 15 vC. Zijn grote grafmonument bevindt zich op de top van de Monte Orlando bij Gaeta.

Onder de brieven van Cicero zijn er dertien van P. bewaard gebleven, waaruit blijkt dat hij een goed stilist was.


Lit. R. Hanslik (PRE 16, 545-551). - E. Jullien, Le fondateur de Lyon, Histoire de L. Munatius P. (Lyon 1892). F. Stähelin, Munatius P. (Baseler Biographien 1, 1-35; Basel 1900). R. Felimann, Das Grab des Munatius P. bei Gaëta (Basel 1957).


(2) Titus Munatius Plancus Bursa, broer van vorige Plancus, aanhanger van Pompeius, had een belangrijk aandeel in het opruien van het volk van Rome tijdens het proces tegen Milo (52 vC). Na zijn tribunaat (52) werd hij door Cicero aangeklaagd wegens geweldpleging en veroordeeld; P. vluchtte naar Ravenna en sloot zich aan bij Caesar. In 43 streed hij bij Mutina aan de zijde van Marcus Antonius, maar werd bij Pollentia door een onderbevelhebber van Decimus Brutus verslagen. Over zijn verdere lotgevallen is niets bekend.


Lit. F. Münzer (PRE 16, 551-553). [Nuchelmans]


Lijst van Namen