Daedalus en Icarus

Deze tekst kun je vinden op www.stilus.nl/school/icarus.htm

  1. De bekendste versie van het verhaal van Daedalus en Icarus komt uit de Metamorphoses / Gedaanteveranderingen van de Romeinse dichter Ovidius.
    Lees eerst de vertaling en beantwoord dan onderstaande vragen.

    a. Wie is Minos (r. 185)?
    b. De schrijver laat al meteen merken dat het verhaal niet goed afloopt. Zo schrijft hij in regel 196: Niet begrijpend dat hij met zijn leven speelt.
    Dit wordt een prospectief element genoemd (pro = voor(uit) en specere = kijken), een vooruitkijkend element. De oplettende lezer krijgt nu al een voorgevoel dat het allemaal niet happy zal eindigen. Citeer nog twee prospectieve elementen uit regel 197-216; geef ook het regelnummer.
    c. In regel 230 en regel 235 wordt Icarus' naam gegeven aan een zee en aan een kust. Schets/Teken een landkaartje met daarop Athene, Kreta, de route vanaf regel 220 (met de vijf eilanden) en deze zee en kust (met naam!).
    d. Wat is in één woord de tweede uitvinding van Perdix?
    e. Hoe heet deze vogel in het Nederlands?

  2. a. Deze drie afbeeldingen, a, b en c, geven heel nadrukkelijk een bepaalde passage in de vertaling weer. Citeer deze passage, met regelnummers.
    b. Waar is Icarus afgebeeld op schilderij b?

  3. Wie zijn er afgebeeld op deze gravure?

  4. Leg uit welke godin hier op de achtergrond afgebeeld is?

  5. a. Noteer de naam van de schilder, de titel van het werk en het jaartal: a en b.
    b. Beide schilderijen kloppen niet met het verhaal. Geef bij elk schilderij aan wat er niet correct is.

  6. Wat vind je van de naam van deze firma? Ga jij daar spullen kopen?

  7. Hoe loopt dit af?

  8. Wat wil de tekenaar van deze prent vertellen?

  9. Icarus wordt regelmatig afgebeeld op postzegels. Noteer de naam van het land en het jaartal van uitgifte: a, b en c.

  10. Lees onderstaand gedicht van J. Vuylsteke. De eerste vier strofen gaan over Ikarus. In de laatste strofe vergelijkt de dichter zich met Ikarus. Werk deze vergelijking uit.

    Als Ikarus, van jonge geestdrift dronken,
    op wassen vleuglen door de hemel vloog,
    en de aarde reeds in nevelen verzonken
    diep onder hem onzichtbaar lag voor 't oog:

    naar hoger, was alsdan zijn moedig streven,
    steeds hoger naar zijn doel, naar de eeuw'ge bron
    van licht en vuur, naar d' eeuw'gen haard van leven,
    naar d'eeuw'gen glans en d'eeuw'gen gloed, de Zon!

    En onvermoeid omhooggeroeid: de kussen
    der warme Zon verhitten nog zijn bloed;
    en weinig voelt hij half bedwelmd, intussen
    hoe zijne vleuglen smelten van de gloed:

    totdat ineens een gil de onmeetlijkheden
    doorsnijdt, ontzettend, aaklig, ijselijk;
    en door de lucht een lichaam naar beneden
    stort, reeds voordat het de aarde raakt, een lijk!

    Zo neem ik ook een stoute vlucht, in dromen,
    tot haar, de zonne die mijn ziele kwelt ... en
    zo voel ik ook mijn' moed, mijn krachten smelten
    als ik haar nader ben gekomen.