Biografie

“… de behoefte om te lezen en te schrijven, de zakken en het hoofd vol met briefjes en citaten te stoppen. Dat manische ik heeft altijd een hele bibliotheek in zijn hoofd om barricades te bouwen tegen het chaotische leven.”
(Claudio Magris, 1990)

Dorothee Sturkenboom (Zevenaar 1963) groeide op in Boxmeer in Noord-Brabant en studeerde daarna Geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij sloot haar studie in 1989 cum laude af met een scriptie over de veranderende gevoelscodes voor nabestaanden tussen de 18e en 20e eeuw.

Tussen 1990 en 1998 was zij werkzaam bij het Instituut voor Genderstudies van de Radboud Universiteit - eerst als junior-onderzoeker, vervolgens als assistent-in-opleiding (gefinancierd door het Huizinga-Instituut, de Nederlandse Onderzoeksschool voor Cultuurgeschiedenis) en daarna met een tijdelijke aanstelling als junior docent vrouwengeschiedenis.
In deze tijd hield zij zich niet alleen bezig met onderzoek, maar organiseerde tevens samen met anderen de Johanna W.A. Naberprijs van 1992, had zitting in de Begeleidingscommissie van de Promotie-werkplaats van de Radboud Universiteit en was lid van het Werkgroepsbestuur van het Instituut voor Genderstudies. Ook participeerde ze in de Werkgroep 'Imago en Identiteit' van de Radboud Universiteit. Daarnaast verzorgde zij werkcolleges voor studenten Geschiedenis in Rotterdam en Nijmegen.

In 1995 kreeg Sturkenboom door het College van Bestuur van de Radboud Universiteit het dr. I.B.M. Frye-stipendium voor veelbelovende vrouwelijke onderzoekers toegekend.
In 1998 promoveerde zij cum laude op haar proefschrift, getiteld Spectators van hartstocht. Sekse en emotionele cultuur in de achttiende eeuw.
In 1999 verbleef Sturkenboom enige tijd met een beurs van de Stichting Fonds Catharine van Tussenbroek aan de Herzog August Bibliothek in Wolfenbüttel (Duitsland) voor een verkennend onderzoek naar teksten over Nederlands koopmanschap.
In 2000 werd zij uitgekozen om de jongste generatie vooraanstaande wetenschappers te vertegenwoordigen op de eerste Avond van Wetenschap en Maatschappij in de Ridderzaal in Den Haag met als doel wetenschap en maatschappij dichter bij elkaar te brengen.

Van 2000 tot en met 2002 was zij vervolgens als postdoctoral fellow van de National Science Foundation verbonden aan de University of California in Los Angeles voor het onderzoeksproject "Scientific Culture and the Making of the Industrial West: Part Two" van professor Margaret C. Jacob. In dat kader deed zij onderzoek naar het Natuurkundig Genootschap der Dames in Middelburg (1785-1887) en onderzocht zij de invoering van de natuurwetenschappen op verschillende onderwijsniveaus in de Zuidelijke Nederlanden in de periode 1795-1830.
In 2005 evalueerde het Science and Technology Studies Program van de National Science Foundation Sturkenbooms onderzoek als hoogst succesvol en nomineerde het voor een van zijn 'NSF-nuggets'.

In 2003 begon Sturkenboom met een nieuw onderzoeksproject, getiteld "De koopman als drager van de Nederlandse identiteit. Beeldvormingsprocessen in vergelijkend-historisch perspectief (1579-1795)." Daarvoor kreeg zij in het kader van de zogeheten Vernieuwingsimpuls van NWO een aanstelling bij de Vrije Universiteit in Amsterdam waar ze tot 2007 aan dit onderzoek heeft gewerkt en colleges gegeven.

In 2007 werd Sturkenboom benoemd als universitair docent verbonden aan de Roosevelt Academy in Middelburg, een van de twee International Honors Colleges die gelieerd zijn aan de Universiteit van Utrecht.
In 2010 besloot ze haar loopbaan voort te zetten als onafhankelijk onderzoeker.

Sturkenboom publiceerde verschillende artikelen over haar onderzoek, onder andere in Dutch Crossing (2006), Isis. International Review devoted to the History of Science and its Cultural Influences (2003), de Annales Historiques de la Révolution Française (2001), de Journal of Social History (2000-2001), Psychologie en Maatschappij (2000), het Tijdschrift voor Genderstudies (1998) en het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis (1997 en 2000).

In oktober 2004 verscheen ook De elektrieke kus. Over vrouwen, fysica en vriendschap in de 18de en 19de eeuw. Het verhaal van het Natuurkundig Genootschap der Dames in Middelburg bij Uitgeverij Augustus in Amsterdam. Eerder al publiceerde Sturkenboom bij Athenaeum - Polak & Van Gennep een bloemlezing uit de Nederlandse spectatoriale geschriften, getiteld Een verdeelde Verlichting. Stemmen uit de spectators (2001), die zij in opdracht van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde samenstelde. De opdracht vloeide voort uit de publicatie van Spectators van hartstocht. Sekse en emotionele cultuur in de achttiende eeuw, de handelseditie van haar proefschrift in 1998 bij Uitgeverij Verloren in Hilversum.

Publicaties van Sturkenboom werden en worden gebruikt voor onderwijs aan studenten o.a. bij Cultuurgeschiedenis (Radboud Universiteit), Gendergeschiedenis (Radboud Universiteit), Historische Letterkunde Neerlandistiek (Universiteit van Amsterdam en Universiteit van Utrecht), Nieuwste Geschiedenis (Rijksuniversiteit Gent), Sociale Geschiedenis (Radboud Universiteit en Universiteit Leiden), Wereldgeschiedenis (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Wetenschapsgeschiedenis (Ecoles des Hautes Etudes et Sciences Sociales, Parijs).

Verder wordt Sturkenboom regelmatig uitgenodigd voor lezingen in binnen- en buitenland. Zo hield zij bijvoorbeeld voordrachten in België (Antwerpen en Kontich), Duitsland (Bielefeld en Trier), Frankrijk (Sorbonne), Groot-Brittannië (London), Tsjechië (Praag) en de Verenigde Staten (Albany, Austin, Los Angeles, Pittsburg en Washington). Ook werd zij verschillende malen geinterviewd voor tijdschriften en radio-programma's, onder andere voor De Tafel van Pam, Alinea en Onvoltooid Verleden Tijd.

Sturkenboom was verder redacteur van het tijdschrift De Achttiende Eeuw (2004-2008), het Tijdschrift voor Genderstudies (1998-2001), het Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis (1993) en Sophia & Co. (1987-1988).