(Beschrijving van afgerond onderzoeksproject)
|
Stak het achttiende-eeuwse gedachteleven anders in elkaar dan het moderne? Als we op de inhoud van de eerste Nederlandse opinieweekbladen - de zogeheten spectatoriale geschriften - af mogen gaan, valt het met dat verschil op het eerste gezicht wel mee. Dezelfde tegenstellingen die ons nu bezigghouden, verdeelden ook toen al de gemoederen. Vrouwen en mannen, hogergeplaatsten en ondergeschikten, vreemd en eigen, lichaam en geest - het zijn in zekere zin bekende discussies. Maar niet alles in deze discussies roept een gevoel van herkenning op; woorden en vormen, denkbeelden en connotaties zijn wel degelijk veranderd. Het was de bedoeling van dit project om elementen uit dat achttiende-eeuwse debat middels een bloemlezing voor een hedendaags lezerspubliek toegankelijk te maken. Er werd een centrale invalshoek gezocht en gevonden in het thema 'tegenstellingen'. Veel opiniërende teksten handelen immers over maatschappelijke of andere tegenstellingen en nemen daarin stelling. Ten tijde van de Verlichting was dat niet anders. Ondanks een algemeen heersende consensus over en collectief streven naar menselijk geluk en sociale vooruitgang, was de publieke opinie in de Nederlandse Republiek over tal van kwesties verdeeld. Dat valt duidelijk te beluisteren aan de hand van de honderden stemmen - van schrijvers, lezers, correspondenten en verzonnen personages - die in de Nederlandse spectators aan het woord komen. Dat uiteindelijk hun spreektijd gedoseerd, hun woorden geredigeerd en hun ideeën becommentarieerd werden door de anoniem blijvende Heren Spectatoren die nu eens als redacteur en dan weer zelf als auteur optraden, beperkte overigens wel de zeggingskracht en invloed van opinies die aan de hoofdauteur/redacteur onwelgevallig waren. Desondanks leek het een mooi streven een aantal van die stemmen in een bloemlezing opnieuw tot leven te laten komen en zo de hedendaagse lezer kennis te laten maken met een genre literaire teksten dat in Nederland het publieke debat van de achttiende eeuw mede vorm en inhoud heeft gegeven. Er werd bewust gekozen voor een aantal subthema's die herkenbaar zouden zijn voor een modern lezerspubliek en waarvoor een groot basisreservoir aan teksten aanwezig was. De teksten werden verder geselecteerd op kriteria als spreiding over de eeuw, diversiteit van opvattingen, variatie in stijlvormen en vertegenwoordiging van een zo groot mogelijk aantal tijdschriften. Vervolgens werden de teksten herspeld en werd er bij elk een korte introductie geschreven over de auteur en boodschap van de tekst. In onbruik geraakte woorden, minder bekende uitdrukkingen en vreemde namen werden van verklarende aantekeningen voorzien. Tot slot werd er bij het geheel een nawoord geplaatst met een toelichting op de opkomst en ondergang, lezers en schrijvers, stijlmiddelen, regie en ideologie van het spectator-genre. Als nevenbedrijf werd ook nog een artikel geschreven voor een vaktijdschrift, waarin een pleidooi werd gehouden voor het gebruik van literaire bronnen en literatuurwetenschappelijke methoden in de sociale geschiedenis. Daarvoor werd één enkele spectator-tekst handelend over de houding van 'beschaafde' Europeanen versus onbeschaafde 'wilden' ontleed op aanwezige tegenstellingen en discrepanties en in de bredere context van de Verlichting geplaatst. Publicaties:
Een verdeelde Verlichting. Stemmen uit de spectators, Amsterdam 2001
'Gespleten beschavingsteksten. Lezen op de millimeter als methode voor de sociale geschiedenis', in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 26 (2000), p.289-308.
|