(Beschrijving van afgerond onderzoeksproject)
|
In dit door prof. Margaret C. Jacob opgezette project werd onderzocht hoe culturele verschillen van invloed zijn geweest op de snelheid en wijze waarop verschillende West-Europese landen geïndustrialiseerd zijn. Meer in het bijzonder bestuderen de betrokken onderzoekers op welke manier in het Europa van de vroege negentiende eeuw verschillende groepen betrokken waren bij de verspreiding van nieuwe waarden en inzichten die industriële activiteiten stimuleerden en vanuit welke ideeën ze dat deden. In dit kader is ook onderzoek verricht naar het Natuurkundig Genootschap der Dames in Middelburg, dat vermoedelijk de eerste natuurwetenschappelijk organisatie voor vrouwen in de westerse wereld is geweest. Opgericht in 1785 en uiteindelijk opgeheven in 1887, stelde dit genootschap zich ten doel om vrouwen vertrouwd te maken met de nieuwe natuurwetenschappen die sinds de Wetenschappelijke Revolutie van de zeventiende eeuw het aanzicht van de wereld ingrijpend veranderd hadden. Een eeuwlang kreeg een selecte groep van hooggeboren Middelburgse dames tijdens het winterseizoen elke twee weken onderricht in uiteenlopende natuur- en sterrenkundige verschijnselen van een door hen ingehuurde vaste mannelijke privé-docent. Hoewel er weinig oorspronkelijk archiefmateriaal bewaard is gebleven, zijn er aanwijzingen dat de opeenvolgende docenten in de loop van de negentiende eeuw ook aandacht gingen besteden aan biologische, meteorologische, geografische, geologische, scheikundige en technologische onderwerpen zoals de werking van stoommachines, de telegrafie en de fabrieksmatige productie van gas en etenswaren. Het bestaan van dit Natuurkundig Genootschap ondergraaft de gangbare beeldvorming over vrouwen en natuurwetenschappen, die ervan uitgaat dat vrouwen van nature of door eeuwenoude historische ontwikkelingen veel minder dan mannen geïnteresseerd zijn in natuurwetenschap en techniek. De activiteiten van de Middelburgse dames laten zien dat deze vrouwen zich juist sterk tot de natuurwetenschappen aangetrokken voelden, en dat daar pas relatief laat een einde aan kwam. Het onderzoek naar de opkomst en ondergang van dit genootschap probeert antwoord te geven op de vragen wie deze vrouwen waren, waar hun wetenschappelijke interesse vandaan kwam, waarom ze zich in een apart genootschap organiseerden en door welke factoren deze vrouwelijke interesse in natuurwetenschappelijk experimenteren uiteindelijk verloren ging of in ieder geval minder zichtbaar werd. Evenals bij het onderzoek naar het Middelburgse damesgenootschap vormt de maatschappelijke acceptatie en status van de natuurwetenschappen de rode draad bij het tweede deelonderzoek dat binnen dit project verricht is, dat naar de ontwikkelingen in het Zuid-Nederlandse onderwijs in de periode 1795-1830. In vier verschillende steden (Gent, Luik, Maastricht en Mons) werden meerdere onderwijsvormen doorgelicht op veranderingen in het curriculum als indicator van interesse in techniek, industrialisatie en moderne natuurwetenschappelijke inzichten. Archiefonderzoek ter plaatse werd aangevuld met onderzoek in centrale overheidsarchieven in Frankrijk en Nederland, omdat de Zuidelijke Nederlanden indertijd deel uitmaakten van Frankrijk respectievelijk het Koninkrijk der Nederlanden. Wie smeedde de nieuwe onderwijsplannen, welke vernieuwingen vonden er daadwerkelijk plaats, wat was precies de motivatie en ideologie achter die veranderingen en waarom werden er zo vele waardevolle plannen uiteindelijk niet gerealiseerd? Het onderwijs blijkt een belangrijke culturele factor te zijn geweest die deels verklaart waarom het Europese continent er zo lang over deed de industriële achterstand die het in vergelijking met Engeland had, in te halen. Niet omdat men zich niet bewust was van het belang van technische kennis, maar omdat allerlei factoren een brede verspreiding daarvan vooralsnog belemmerden. Publicaties:
De elektrieke kus. Over vrouwen, fysica en vriendschap in de 18de en 19de eeuw. Het verhaal van het Natuurkundig Genootschap der Dames in Middelburg, Amsterdam 2004
'Bourdieu in de provincie. Over wetenschappelijke sociabiliteit en de distinctieve waarde van sekse', in: De Achttiende Eeuw 42 (2010), p.16-41.
'Verlichte vergezichten. Sterrenkundige conversaties en huiselijke demonstraties rond de salontafels van de achttiende eeuw', in: Jaarboek voor Genealogie 62 (2008).
'De elektrieke kus in Middelburg. Over de vrouwelijke omarming van de natuurwetenschappen in de 18e en 19e eeuw', in: H.J. van Elburg en F. Zuurveen (eds.), 225 jaar Natuurkundig Gezelschap in Middelburg, Middelburg 2005, p.33-38.
'Begeesterd door de Natuur. Radermachers maidenspeech voor het Natuurkundig Genootschap der Dames te Middelburg (1790)' in: De Achttiende Eeuw, 36 (2004) nr.2, p.123-131.
'Het einde van het Damesfysica. Natuurkundige fascinatie en vrouwelijke sociabiliteit in de negentiende eeuw', in: Historica 27 (2004) nr.2, p.6-8.
met Margaret C. Jacob,
'Une société savante exclusivement féminine: présage des temps modernes ou vestige de l'Ancien Régime?', in: Annales historiques de la Révolution française (2001) nr.4, p.117-128.
|