Colloquia - Een twaalftal samenspraken
Desiderius Erasmus van Rotterdam

Uit het Latjn vertaald door N.J. Singels,
geplaatst naast de Latijnse tekst door Robert Prins.

Robert heeft ook de rest van deze pagina voor zijn rekening genomen.

Robert Prins, Groningen 2021.

                                                                                                                                                                                     

Charon, de veerman van de onderwereld
De ontevreden gehuwde of het huwelijk
Herbergen in Duitschland
Het spook of de duivelbanning
Goudmakerij
De paardenkoper
De paardlooze ridder of de verdichte adel
De vrouwenraad
De bedevaart
Het sprookjesmaal
Schipbreuk
Vrekkige rijkdom

                                                                                                                                                                                     

Verantwoording bij de colloquia

Ter inleiding: onderwijsvernieuwingen in historisch perspectief

Suggesties voor lezen en luisteren

                                                                                                                                                                                     

Verantwoording bij de colloquia

De twaalf samenspraken die hier worden aangeboden, verschenen oorspronkelijk in de reeks Wereldbibliotheek o.l.v. L. Simons. Het boek is vrij beschikbaar in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren en tevens op gutenberg.org.

Voor de Latijnse tekst is gebruik gemaakt van een digitale versie, die verschenen is in het kader van het project Neo-Latin Colloquia, dat een onderdeel vormt van Stoa Consortium for Electronic Publication in the Humanities.

Hier en daar bleek de oorspronkelijke Nederlandse vertaling gekuist. De ontbrekende tekst is in een Engelse vertaling toegevoegd. Ook zijn er in de oorspronkelijke vertaling bijdragen samengevoegd, die in het Latijn van elkaar gescheiden zijn, en ontbreekt de tussenliggende vraag of opmerking. Ook in die gevallen is de tekst aangepast. De aanpassingen zijn steeds voorzien van een voetnoot. De overige voetnoten zijn overgenomen uit de Nederlandse vertaling.

Een klik op de Latijnse hoofdstuktitel boven de dialoog opent het betreffende colloquium op de website van Stoa en de Nederlandse titel leidt tot de betreffende samenspraak op gutenberg.org. Een wetenschappelijke uitgave (met wat commentaar) is te downloaden bij OpenAccess.

                                                                                           TOP                                                                                           

Ter inleiding: onderwijsvernieuwingen in historisch perspectief

Wie op het internet zoekt naar tips om Latijn te leren lezen, in plaats van het al puzzelend te vertalen, komt vroeg of laat uit bij de video How to Read and Speak Latin fluently. De spreker blijkt Joseph Conlon te zijn, die enige tijd na het verschijnen van de video betrokken was bij het project Spoken Latin aan de universiteit van Princeton. Met zijn tips in het achterhoofd en zoekend naar aanvullend materiaal, leek het mij een goed idee om een publiek beschikbare vertaling van een twaalftal samenspraken van Erasmus direct naast het oorspronkelijke Latijn te plaatsen. Leo Nellissen bleek zo vriendelijk en bereidwillig om de twaalf colloquia op stilus.nl te plaatsen.

Een inleiding op de colloquia biedt een goede gelegenheid om de ‘recent trends in language pedagogy and theories of language acquisition’, waar Conlon over spreekt, en de aloude strijd tussen voor- en tegenstanders van vernieuwing in het Latijn-onderwijs in een speels historisch perspectief te plaatsen. Want zijn de methoden die grammatica centraal stellen eigenlijk wel zo ouderwets, zoals bijvoorbeeld de vermakelijk mopperende heer Kox beweert, en zijn de recente trends eigenlijk wel zo nieuw?

Het is pas met de modernisering van het Latijn-onderwijs in die zo revolutionaire negentiende eeuw, dat grammatica centraal komt te staan. Dit gebeurde eerst en vooral in Duitsland, maar het mag bekend worden verondersteld dat het Duitse gymnasium in Nederland als exemplarisch gold. Over Duitsland schrijft Heinz Hofmann: ‘De antieke cultuur, oorspronkelijk als aanleiding en na te volgen ideaal voor een harmonische menselijkheid gezien, werd tot een curiositeitenkabinet gedegradeerd, dat onaantrekkelijk en vervelend was, omdat niet de antieke cultuur zelf, maar alleen de grammaticaal-logische oefening van belang was. De ontwikkeling van de wetenschappelijke bestudering van oude talen op de universtiteiten sinds het midden van de negentiende eeuw heeft dus ook het gymnasiale onderwijs op sleeptouw genomen (...)’ 1

Jürgen Leonhardt wijst eveneens op de verwetenschappelijking van de filologie en het verband tussen Latijn en logica dat vanaf de negentiende eeuw werd gelegd: ‘Latin is a logical language; therefore, mastering it fosters logical thinking. This line of argument first appeared in the nineteenth century’ (...) Latin philology followed along in this turn toward academic exercise. A coherent theory of Latin syntax was first formulated in the mid-nineteenth century; this was also when questions of syntax for the first time became central to Latin instruction.’2 En ook Françoise Waquet wijst naar de negentiende eeuw: ‘This grammatical tendency was further accentuated in the last decades of the nineteenth-century by the prestige of German philology (…). This led to some first-rate achievements in the field of textual analysis, but also, especially in secondary education, led to a preeminence of grammar that eventually degenerated into what can only be called “grammatical hypertrophy”.’3

We moeten ouderwetse of vernieuwende methoden natuurlijk niet verwerpen of omarmen, omdat ze ouderwets of vernieuwend zijn, maar omdat ze werken of niet. Waquet heeft getuigenissen aangehaald uit de gewaande gouden tijden van gedegen grammaticagericht onderwijs en dat levert een ontnuchterend beeld op. ‘“How many years of life are spent in learning Latin!” wrote Matthew Davenport Hill. “How much labour, pain and imprisonment are endured by the boy! … How much disgust of literature is engendered! … In short, how much misery has been produced, is being produced, and will continue to be produced, in teaching and learning the Latin language?”’ en ‘A master at Marlborough observed of his pupils: “They laboriously toiled at the scaffolding and never built the house.”’ en ‘“You would rummage your way through the dictionary”, Michel Butor wrote in Degrés, “the text never appearing to you in its continuity, but as a succession of words each of which demanded a tiresome effort”.’ en ‘Sophia, the London schoolgirl depicted by Lionel Hale in A Fleece of Lambs (1961), did not even begin “to connect the words on the printed page with anything that ever really happened. Men marched, camps were struck, winter quarters were gone into; but to Sophia the Latin language did not concern men, camps, winter quarters and cavalry. It existed to provide Subjunctives, and Past Participles, and (oh golly!) Geruds.”’ en ‘[Heinrich] Heine, who had great difficulty remembering the exceptions to third-declension parisyllabic nouns, came as a result to grumble generally about the extreme complexity of Latin, remarking that “the Romans would not have had much time left to conquer the world if they had to learn Latin first” (...)’4

Kristien Hulstaert, bij bezoekers van stilus.nl reeds bekend, schrijft naar aanleiding van een toespraak van professor William Hale uit 1886: ‘Zijn toespraak was een reactie op de kritiek dat het resultaat van de studie klassieke talen niet in proportie was tot de vele jaren van inzet. Na al die jaren van hard labeur waren studenten Latijn en Grieks niet eens in staat een tekst in de klassieke talen te lezen. Quid novi.’5 Conlon zegt in de eerdergenoemde instructievideo, dat de grammatica-vertaalmethode goede vertalers en goede filologen oplevert, maar zelden goede lezers. Studenten worden volgens Conlon tekortgedaan als zij na vier jaar studie aan de universiteit geen Latijn kunnen lezen. Toen ik als autodidact met verbazing kennis nam van dit merkwaardige feit, schoot mij een opmerking te binnen, die de Ierse schrijver Brendan Behan gemaakt zou hebben over recensenten: ‘Critics are like eunuchs in a harem; they know how it's done, they've seen it done every day, but they're unable to do it themselves.’ Kan niet hetzelfde gezegd worden van latinisten, die elk grammaticaal detail in een Latijnse tekst kunnen benoemen, zonder ooit het genot te ervaren van het lezen van de Latijnse teksten zelf?

Na haar kritische opmerking over de degeneratie van het Latijn-onderwijs tot ‘grammatical hypertrophy’, concludeert Waquet: ‘It is hardly surprising therefore that grammar should have become the scapegoat for the decline of Latin studies: “prime responsibility for the Latin crisis,” wrote Jean Cousin in 1954, “lies with the authors of grammars”. Nor is it at all surprising that the solutions tried – “Living Latin,” the reading of texts, a new concentration on ancient civilization and even their daily lives – relegated grammar everywhere to a subsidiary (if still not exactly a minor) role.’ 6

‘Living Latin’ sluit aan bij de ‘recent trends in language pedagogy and theories of language acquisition’ waar Conlon over spreekt. Die trends hebben echter wortels, die heel wat dieper reiken dan de negentiende eeuw. Leonhardt schrijft: ‘Latin has come to epitomize a language of hard work, analysis, and logic. The humanists, by contrast, did everything they could to make Latin a living language learned primarily by hearing and speaking, like any other mother tongue. In their emphasis on using the language in life situations, the humanists came remarkably close to the practices used to teach foreign languages in the twentieth century: to the extent possible, learning a foreign language should replicate the way children learn their mother tongue in the first place.’7

Een extreem voorbeeld, dat door Waquet noch door Leonhardt wordt genoemd, is Michel de Montaigne. Zijn vader had een Duitser en twee wat minder geleerde lieden ingehuurd om louter Latijn met de piepjonge Michel te spreken. Het resultaat volgens Montaigne zelf: ‘Quant à moy, j'avois plus de six ans avant que j'entendisse non plus de François ou de Perigordin que d'Arabesque. Et, sans art, sans livre, sans grammaire ou precepte, sans fouet et sans larmes, j'avois appris du latin, tout aussi pur que mon maistre d'eschole le sçavoit.8

Maar we kunnen nog een heel eind verder terug voor een vergelijkbaar inzicht. Augustinus van Hippo schreef in Confessiones: ‘cur ergo graecam etiam grammaticam oderam talia cantantem? nam et Homerus peritus texere tales fabellas et dulcissime vanus est, mihi tamen amarus erat puero. credo etiam graecis pueris Vergilius ita sit, cum eum sic discere coguntur ut ego illum. videlicet difficultas, difficultas omnino ediscendae linguae peregrinae, quasi felle aspergebat omnes suavitates graecas fabulosarum narrationum. nulla enim verba illa noveram, et saevis terroribus ac poenis ut nossem instabatur mihi vehementer. nam et latina aliquando infans utique nulla noveram, et tamen advertendo didici sine ullo metu atque cruciatu, inter etiam blandimenta nutricum et ioca adridentium et laetitias adludentium. didici vero illa sine poenali onere urgentium, cum me urgeret cor meum ad parienda concepta sua, †et qua† non esset, nisi aliqua verba didicissem non a docentibus sed a loquentibus, in quorum et ego auribus parturiebam quidquid sentiebam. hinc satis elucet maiorem habere vim ad discenda ista liberam curiositatem quam meticulosam necessitatem.9

Het zal niet verbazen dat Clément Desessard deze passage met instemming presenteert in Latin sans peine (inmiddels Le Latin), een methode die positief wordt besproken door Conlon en die wordt uitgegeven door de bij polyglots geliefde uitgeverij Assimil. 10 Het Assimil-format, dialogen met de vertaling direct ernaast, blijkt al gebruikelijk te zijn geweest in het Romeinse Rijk! Eleanor Dickey heeft overgeleverde colloquia recentelijk afgestofd. Zij heeft niet alleen een kritische editie met commentaar bezorgt, maar heeft tevens de colloquia als uitgangspunt genomen voor Learn Latin from the Romans: A Complete Introductory Course Using Textbooks from the Roman Empire (Cambridge etc. 2018). 11 In een recensie van de wetenschappelijke editie, merkt Peter Jones op: 'When over 40 years ago the Cambridge School Classics Project produced a Latin course consisting of carefully graded stories, it was a controversial move. But as these marvellous colloquia show, nothing could be more achingly traditional, with a pedigree going back 2,000 years.'12 Dit zou zelfverklaarde ouderwetse docenten en didactici toch wel wat milder mogen stemmen over ‘vernieuwingen’. In het vasthouden aan negentiende-eeuwse nieuwlichterij zijn ‘ouderwetse’ docenten historisch gezien dus eerder koppig modern te noemen.

Erasmus was helder over het relatieve nut van grammatica: ‘Inter recentiores haud multum video discriminis, nisi quod Nicolaus Perottus videtur omnium diligentissimus, citra superstitionem tamen. Verum vt huiusmodi praecepta fateor necessaria, ita velim esse, quoad fieri possit, quam paucissima, modo sint optima. Nec vnquam probaui literatorum vulgus qui pueros in his inculcandis complures annos remorantur.13 In plaats van een grammatica, publiceerde Erasmus o.a. zijn Colloquia en die waren, net als de colloquia uit de Oudheid en hedendaagse methoden levend Latijn, gericht op ‘(...) teaching colloquial Latin by describing humdrum, daily events and thus providing pupils with a vocabulary for their everyday needs.14 De Colloquia van Erasmus zijn oorspronkelijk echter alleen in het Latijn verschenen. Naar het Romeinse voorbeeld zijn hier een twaalftal colloquia samengebracht met een vertaling van N.J. Singels direct ernaast.

Met de vertaling ernaast, bieden de twaalf Colloquia een toegankelijke eerste kennismaking met één van de belangrijkste werken in de geschiedenis van het Latijnonderwijs: ‘Mit dem Werke des Erasmus treten die Schülergespräche in eine neue Periode, die sich namentlich durch ein reineres, eleganteres Latein vorteilhaft von der vorangegangenen unterscheidet. Kaum jemals wieder hat ein Schulbuch trotz heftiger Anfeindungen von allen Seiten einen solchen Erfolg erlebt, wie die “Vertraulichen Gespräche” des grössten der Humanisten.15 Bovendien maakt de lezer via de Colloquia kennis met het wereldbeeld van één van de grootste intellectuelen die Nederland ooit gekend heeft: ‘Wat Erasmus werkelijk van de wereld en van de mensen wenste, hoe hij zich dacht die zo hevig begeerde, gezuiverde christelijke samenleving van goede zeden, warm geloof, eenvoud en maat, welwillendheid, verdraagzaamheid en vrede: het staat nergens zo duidelijk en zo goed te lezen als in de Colloquia.’ 16 Maar het zal de liefhebber natuurlijk vooral om het Latijn te doen zijn. De Erasmus-kenner Terence Turnberg, een voorvechter van levend Latijn in de V.S., komt tot deze aanbeveling: ‘Nam Erasmum - Desiderium Erasmum - esse idoneum censeo, qui inter optimos auctores Latinitatis numeretur, et nonnulla Erasmi opera esse aptissima, quae in curriculis studiorum Latinorum ordinariis coram discipulis legantur et tractentur. Etenim ex omnibus auctoribus Latinitatis duos esse primo loco collocandos censeo - Ciceronem et Erasmum.17

 

Noten bij Ter inleiding: onderwijsvernieuwingen in historisch perspectief
1. Heinz Hofmann, ‘Het Pruisisch-Duitse gymnasium en de overdracht van de antieke cultuur in de negentiende eeuw’ in: M.A. Wes ed., Van Parthenon tot Maagdenhuis: Moet het gymnasium blijven? (Amsterdam z.j. (1985)) 89. Zie ook 77 en 86. Terug.
2. Jürgen Leonhardt, Latin: The Story of a World Language (Cambridge MA. en Londen 2013) 272. Terug.
3. Françoise Waquet, Latin or the Empire of a Sign (Londen en New York 2001) 40. Terug.
4. Waquet, Latin or the Empire of a Sign, 145, 141, 141, 39 en 139. Terug.
5. Kristien Hulstaert, Latijn: lezen zien begrijpen. De positionele methode in de klas (Gent 2016) 7. Terug.
6. Waquet, Latin, 40. Terug.
7. Leonhardt, Latin, 224. Ook in de tijd van Erasmus werd Latijn al geassocieerd met hard werken: ‘In 1511 a Netherlandish author, Hermannus Torrentinus, mentioned objections even to modifications of Alexander's grammar. Those who remembered how they themselves had sweated over Alexander's obscure rules demanded that youngsters should be put to the same hard work and not be corrupted by an easy life. ’ Kristian Jensen, ‘The humanist reform of Latin and Latin teaching’ in: Jill Kraye ed., The Cambridge Companion to Renaissance Humanism (Cambridge etc. 1996) 71. Terug.
8. Michel de Montaigne, ‘De l'Institution des Enfans’, 173. Terug.
9. Augustinus, Confessiones, I, XIV. Voor een vertaling: H. Augustinus, Belijdenissen (Amsterdam 1947) 16-17. Terug.
10. Passages van Augustinus zijn te vinden in de hoofdstukken 51-52. Clément Dessessard, Latein ohne Mühe (Keulen 2017). Terug.
11. Eleanor Dickey, The Colloquia of the Hermeneumata Pseudodositheana (Cambridge etc. 2012-2015). Minder geleerd, maar een stuk goedkoper is: Eleanor Dickey, Learning Latin the Ancient Way: Latin Textbooks from the Ancient World (Cambridge etc. 2016). Terug.
12. Peter Jones, ‘How the Romans taught Latin (N.M. Gwynne would not approve)’, The Spectator 13 december 2014. Terug.
13. Desiderius Erasmus, ‘De Ratione Studii’ in: Jean-Claude Margolin en Pierre Mesnar eds., Opera omnia Desiderii Erasmi I, 2 (Amsterdam 1971) 114-115. Vertaling: ‘There is not much difference to detect among contemporary Latin grammarians. Niccolo Perotti seems the most accurate, yet not pedantic. But while I grant that grammatical rules of this sort are necessary, I want them to be as few as possible, provided they are good. I have never approved of the approach found among run of the mill grammarians who spend several years inculcating such rules in their pupils. ’ Erasmus geciteerd in: Jensen, ‘The humanist reform of Latin and Latin teaching’, 68. Terug.
14. Jensen, ‘The Humanist Reform of Latin and Latin Teaching’, 72. Terug.
15. A. Bömer, Die lateinischen Schülergespräche der Humanisten I Vom Manuale scholarium bis Hegendorffinus c. 1480-1520 (Berlijn 1897) 71. Terug.
16. Johan Huizinga, Erasmus (10e herz. druk; Rotterdam 2011) 176. Terug.
17. Terence Tunberg, ‘Cum Desiderio Erasmo in scholis Latinis loquamur!’ Let wel, er is met een klik op CC ondertiteling in het Latijn beschikbaar! Terug.

                                                                                           TOP                                                                                           

Suggesties voor lezen en luisteren

Joseph Conlon wijst in zijn youtube-video How to Read and Speak Latin fluently op het belang van goed audio-materiaal. Hoe meer, hoe beter. Hieronder volgen een aantal suggesties.

De website van Daniel Pettersson biedt een schat aan audio (tevens te vinden op zijn youtube-kanaal), waaronder een voordracht van ‘Naufragium’, één van de twaalf hier aangeboden samenspraken. Hij heeft Ad Alpes (1923) van H.C. Nutting opnieuw uitgegeven (gratis PDF) en tevens een audio-boek opgenomen (ruim zeven uur aan prachtig gesproken Latijn). Zonder geluid, maar wel erg handig is een gecombineerd digitaal woordenboek.

De autodidact Luke Ranieri heeft een youtube-kanaal onder de naam ScorpioMartianus (Latijn en Grieks) en onder de naam Polymathy (Latijn, Grieks e.a. talen). Sommige videos zijn in het Engels, veel zijn in het Latijn. Op het eerstgenoemde kanaal zijn voordrachten van o.a. alle hoofdstukken (m.u.v. het laatste) uit Familia Romana van Hans H. Ørberg te vinden en tevens de dialogen uit John C. Traupman, Conversational Latin for Oral Proficiency; of dat helemaal legaal is valt echter te betwijfelen.

Jessy Craft, docent Latijn, combineert voor zijn youtube-kanaal Divus Magister Craft zijn passie voor Latijn met zijn liefde voor het bouwen van werelden in Minecraft. In talloze korte filmpjes worden allerlei aspecten van de Romeinse cultuur besproken.

Satura Lanx is het youtube-kanaal van de Italiaanse dame Irene. Zij biedt o.a. een geschiedenis van de Latijnse literatuur aan in de nog uitdijende reeks Litterae Latinae Simplices.

Ook op het youtube-kanaal van het Collegium Latinitatis (Valencia) zijn literatuurcolleges te vinden.

Wilfried Stroh is de grote voorvechter van levend Latijn in Duitsland. Op zijn website zijn diverse colleges in het Latijn te vinden.

Justin Slocum Bailey heeft op zijn website indwellinglanguage.com opnamen van de eerste twintig brieven van Seneca aan Lucilius geplaatst. Een Nederlandse vertaling van de brieven is te vinden op de website van Ben Bijnsdorp (de audio van Bailey wijkt soms af, omdat hij uit de Loeb-editie voordraagt). Bailey heeft tevens de eerste tachtig fabels van Aesopus voorgedragen uit de verzameling die is verschenen onder redactie van Laura Gibbs. Als voorvechter van OER (Open Educational Resources), biedt Gibbs een PDF van Bestiaria Latina: Mille Fabulae et Una uiteraard gratis aan.

Bezoekers van stilus.nl zullen hun weg tot Thomas Bervoets reeds gevonden hebben.

In zijn instructievideo merkt Conlon op: ‘The volume of reading is more important in language acquisition than quality. For language development it is better to read a hundred pages of simple engaging Latin than ten pages of Cicero or Virgil.’ Maar vreemd genoeg wijst Conlon niet op talloze readers, die vanaf het einde van de negentiende eeuw met name in G.B. en de V.S. zijn uitgegeven en die ‘simple engaging Latin’ aanbieden met als doel om ‘sight reading’ te ontwikkelen. De befaamde Accademia Vivarium Novum heeft een keur aan digitaal beschikbare readers samengebracht. Geoffrey Steadman biedt een recente bewerkte uitgave van Ritchie’s Fabulae Faciles (en nog zoveel meer!). De eerste fabula over Perseus is door Daniel Petterson voorgedragen (deel één en twee) en hij heeft onlangs op youtube gemeld dat hij van plan is om ook de overige fabulae op te nemen. Een zekere Leni heeft voor Librivox Perseus en Hercules voorgelezen. Ora maritima: a Latin story for beginners is door Evan der Millner voorgedragen.

Volgens Conlon biedt de reeks Lingua Latina Per Se Illustrata van Hans H. Ørberg ‘by far the best method currently available for learning Latin’. De polyglot Luke Ranieri noemt het eerste deel, Familia Romana, ‘the best textbook I have ever found for learning another language.’ In Nederland is Ørberg opnieuw onder de aandacht gebracht door Casper Porton. In zijn bespreking van de methode wijst hij op dit interessante feit: ‘Anton Daniël Leeman, toenmalig hoogleraar Latijn aan de Universiteit van Amsterdam, sprak in het voorwoord van deze cursus Latijn uit dat hij vurig hoopte dat deze methode gebruikt zou worden aan alle universiteiten en gymnasia van Nederland.’ Dat voorwoord is te downloaden via Cultura Clasica. Wie uitkomt bij de Aeneis-uitgave van Ørberg (de oorspronkelijke tekst, maar in de bekende stijl met verhelderende tekeningen en opmerkingen in de kantlijn), kan de lectuur met audio ondersteunen: boek 1 (Menelmacar) en boek 4 (Wilfried Stroh). Enrico Rebuffat heeft leerlingen enkele vertellingen uit Fabulae Syrae laten voorlezen.

Conlon wijst in zijn instructievideo op het nut van tweetalige edities. Via het project Loebolus zijn de publiek beschikbare Loeb-edities te downloaden.

                                                                                           TOP                                                                                           

Mochten er onverhoopt rechten overtreden worden op/door/met deze pagina, stuur dan even een mailtje zodat de plooien recht kunnen worden gestreken.
Vragen en opmerkingen zijn welkom.

Deze pagina maakt deel uit van www.STILUS.nl