

Door Hans-Paul Andriessen
Ridderkerk/Utrecht
In de hoek van zijn atelier
in een 19e eeuws dijkhuis
in Ridderkerk staat een
schilderij op een ezel. Een
Romeins vrachtschip dat tegen
een loskade ligt. Illustator
Kelvin Wilson knijpt
wat acrylverf op zijn palet.
Zo op het eerste gezicht lijkt
het schilderij af, maar Wilson
is nog niet tevreden. Hij vindt
dat de loskade, een grote houten
steiger, nog meer in het
licht moet komen.
"Het gaat op deze plaat om de kade. Precies zo'n relatief eenvoudig bouwwerk is in Leidsche Rijn gevonden. Aanvankelijk had ik op de kade allerlei Romeinen neergezet, die lading uit het schip haalden. Maar dat leidde eigenlijk te veel af van het onderwerp zelf, daarom heb ik ze weer weggehaald."
Kelvin Wilson is een perfectionist. Alleen al het schilderen van een tafereel is drie weken werk. De in Engeland geboren Wilson is archeologisch illustrator. Hij kwam op 4-jarige leeftijd naar Nederland en studeerde in 1992 af aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten. Zijn hoofdvak was illustratie. "Geschiedenis en archeologie hadden altijd al mijn interesse, maar ik had nooit gedacht dat ik van dat specialisme 1even kon. Na mijn afstuderen heb ik als gewoon illustrator voor allerlei bladen gewerkt. Ik heb ook boekomslagen gemaakt. Langzamerhand kreeg ik historische opdrachten en pas vanaf '96 ben ik fulltime archeologisch illustrator."
Wilson is de enige in Nederland. "In Engeland heb ik wel honderd collega's. Daar bestaat veel meer belangstelling voor het presenteren van het verleden. De Engelsen zijn er meester in om de geschiedenis voelbaar te maken. Het leuke is dat ik nu met mijn werk concurreer met enkele grote Engelse illustratoren. Dat waren vroeger echt mijn helden."
Archeologische prenten werden in Nederland eigenlijk alleen gemaakt voor het onderwijs. Bekend zijn de schoolplaten van Isings. Vrij statische tekeningen overladen met historische details. "Ik mis het leven op die platen. Zo'n plaat moet actie bevatten. Ik streef ernaar dat de voorstelling de onmiddellijkheid, de nabijheid en de emotie van een foto heeft. Zo'n plaat moet 'gritty' zijn." Wilson gebruikt bij zijn werk daarom ook actuele persfoto's. Hij knipt dagelijks foto's uit, bijvoorbeeld van sporters of soldaten in Irak, en maakt daar realistische composities van. Van die composities maakt hij vervolgens pentekeningen, die als basis dienen voor de uiteindelijke illustratie. Deze foto-techniek paste Wilson ook toe bij de twee platen van een Engelse koning en koningin, waarmee hij vorig jaar een belangrijke Engelse wedstrijd wist te winnen. "Bij Sutton Hoo is een extreem rijk koningsgraf gevonden uit de 7e eeuw na Christus. De National Trust had voor het bezoekerscentrum daar grote reconstructie-tekeningen gepland. Dertig tekenaars deden aan de aanbesteding mee, onder wie een paar van mijn grote voorbeelden. Er deed een buitenlander mee, dat was ik." Permanent hangen zijn platen in een afdeling van het British Museum in Londen. Het is bijna ondenkbaar dat Wilson in het begin van zijn carrière bijna moest leuren met zijn werk. Aanvankelijk zocht hij vooral contact met archeologen, waar hij in de lokale krant iets over las.
"Meestal wisten ze niets van
illustraties, daarom ging ik
vaak naar opgravingen toe
met een portfolio met tekeningen.
Toen ik van de vondsten
in Leidsche Rijn hoorde,
heb ik ook daar contact opgenomen.
Wat daar is gevonden
is zo spectaculair, daar wilde
ik aan meewerken."
De eerste tekening die Wilsom
voor de gemeente
Utrecht maakte is er een van
de wachttoren in Vleuterweide.
In totaal heeft hij een opdracht
van acht tekeningen.
"De opgravingen hoef ik niet
zo vaak te bezoeken, het gaat
me om de conclusies. Daarom
heb ik intensief contact met
de archeologen. Verder ga ikzelf
op onderzoek uit. Voor
de plaat van de wachttoren
ben ik naar Zuid-Duitsland gegaan.
In Grab, in de Swabische
Alpen, is er een nagebouwd.
Daar heb ik zelf op
het balkon gestaan. Pas dan
krijg je een beeld hoe groot
zo'n ding is. Zo'n tekening
moet realistisch zijn."
Wilson haalt een foto-album
te voorschijn. "Voor de plaat
van het schip en de loswal
ben ik eerst op internet wezen
kijken. In Mainz vond ik
een museum, waar een replica
staat. Ik heb daar een hele
serie foto's gemaakt, waarmee
ik nu aan de slag kan.
Vanuit Mainz ben ik naar het
Limesmuseum in Aalen gereden.
Ik had de mazzel dat
daar net de Romeinendagen
waren. Uit heel Europa komen
dan enthousiastelingen
die zich in Romeinse kleren
steken en Romeintje spelen.
Ze bouwen tenten na, doen
excercities, maken instrumenten,
er zijn timmerlui aan de
slag. Daar heb ik een schat
aan fotomateriaal gemaakt.
Ondermeer van een Romeinse
zaaginstallatie, die vind je
straks op een tekening over
Leidsche Rijn terug."
Natuurlijk moet een tekening
allereerst historisch verantwoord
zijn. In het atelier
staat een complete bibliotheek
met boeken over helmen,
wapens, gereedschap.
"Ik heb wel een paar meter
boeken over Romeinse kleding.
Archeologen komen
naar mij toe om te kijken hoe
iets eruit zag. Mijn stagiair
zet momenteel alle Romeinse
boemerangs op een rijtje."
Ook de personen zelf moeten
realistisch zijn. "Op platen
zie je altijd jonge, zwartharige
mannen als Romeins soldaat. Bij mij zie je ook blonde
kerels, want die rekruten
kwamen uit deze buurt vandaan.
Ik zet er ook een paar
kalende mannen op, want soldaten
zaten 25 jaar in het leger.
Er moeten dus ook wat
oude mannen bij hebben gezeten."
Het mooie aan het vak vindt
Wilson het onbekende. "Ik
ben nu voor Leidsche Rijn bezig
met een plaat van de
bouw van de Romeinse weg.
Daar is nog nooit een goed
beeld van gemaakt. Meterslange
eikenpalen zijn in de
grond gevonden over kilometerslange
afstanden. Ik heb
op het doek een half dozijn
hei-installaties gezet, want zo
massaal moet het er aan toe
zijn gegaan. Het is een overdonderend
beeld. Nog nooit
vertoond."