Hesychius (Ἡσύχιος), naam van twee figuren uit de oud-christelijke kerk:
(1) Hesychius, waarschijnlijk uit Alexandrië stammend (ca.
300), heeft volgens Hieronymus
de tekst van de LXX
en van het NT herzien, echter op weinig bevredigende
wijze. Bij Eusebius (Historia ecclesiastica 8,13,7)
wordt een onder Diocletianus terechtgestelde martelaar
vermeld die met deze H. identiek zou kunnen
zijn.
Lit. A. Vaccari, The Hesychian Recension of the Septuagint
(Bb 46, 1965, 60-66).
(2) Hesychius, aanvankelijk monnik, leefde sedert ca. 412
als presbyter in Jeruzalem (gest. na 450). Hij hield
zich met bijbelexegese bezig (allegoriserende richting).
H. was een zeer vruchtbaar schrijver, wiens
werken slechts gedeeltelijk bewaard zijn en onvolledig
uitgegeven. Niet alles wat op zijn naam staat
is echt. Een commentaar op Lv is in latijnse vertaling
bewaard gebleven, 24 homilieën op Job 1-20 in
armeense vertaling. Verder bezitten wij grote gedeelten
van een psalmencommentaar alsmede glossen op
Jesaja en op de 13 hymnen van het OT en NT. Van
zijn kerkgeschiedenis rest ons alleen het hoofdstuk
over Theodorus van Mopsuestia in latijnse vertaling
(MPG 92,948).
Lit. Uitg.: PG 93, 787-1180 (comm. op Lv). A. Wenger,
Hésychius de Jérusalem. Notes sur les sermons inédits et sur
le texte grec du commentaire sur 1e Lévitique (REAug 2,
1956, 457-471). MPG 27, 649-1344 (glossen op de psalmen).
MPG 93, 1179-1350 en 55, 711-784 (fragmenten op het grote
psalmencommentaar). V. Jagic, Suppl. psalterii Bononiensis
(Wien 1917; psalmenverklaring, glossen op de 13 hymnen van
het OT en NT); M. Faulhaber, Hesychii Hierosolymitani
interpretatio Isaiae prophetae (Freiburg 1900). C. Therakian,
The Commentary on Job by H., Presbyter of Jerusalem (in
Armenian) (Venice 1913). MPG 93, 1449-1480 (preken). Quasten
3, 488-496. - R. Devreesse, La chaine sur les psaumes
de Daniele Barbaro II. Hésychius de Jérusalem (RB
1924, 498-521). K. Jüssen, Die dogmatischen Anschauungen
des H. van Jerusalem 1-2 (Münster 1931-1934). G. Mercati,
Un Salterio greco e una catena greca del Salterio posseduti
dal Sadoleto (Miscellanea P. Paschini, Rome 1949, 205-304).
[Bartelink]