Iskariot, bijnaam van Judas, de
verrader van Jezus.
Moet de naam uit het hebreeuws verklaard worden,
dan betekent hij: man van Kariot (vgl. Keriot: Joz
15,25). Sommige hss. lezen anagmmy;, hetgeen Wellhausen
in verband brengt met Sicariër. De beste verklaring
is die van C. C. Torrey (The Name Iscarioth,
Harv. Th. Rev. 36, 1943, 51-62), die de naam uit
het aramees afleidt: 'išqarjā = šiqrejā: de valse; zo
ook Gärtner (Lit).
Lit. B. Gärtner, Die rätselhaften Termini Nazoräer und Iskariot (Lund 1957).
[v. d. Born]