Serug (hebreeuws serug), in de Setietenlijst (Set)
zoon van Reü en vader van Nachor (Gn 11,20-23;
1Kr 1,26), ook genoemd in de stamboom van Jezus
(Lc 3,35). De naam komt in akkadische teksten voor
als toponiem (sarûgi) en als persoonsnaam (sarugi).
Lit. R. de Vaux (RB 55, 1948, 324). N. Schneider (Bb 33,
1952, 521).
[v. d. Born]