Synesius (Συνέσιος) van Cyrene, filosoof en bisschop (ca. 370 - ca. 413), die uit een aanzienlijke heidense familie in de libische Pentapolis (Cyrenaica) stamde. Hij studeerde in Alexandrië, waar hij leerling was van de neoplatonische filosofe Hypatia. Van 399 tot 402 was S. gezant in Constantinopel, waar hij de belangen van zijn geboorteland bepleitte. In 402 huwde hij een vrouw die christen was. S. leidde in de Pentapolis de afweerstrijd tegen de opdringende Berber-stammen. Toen hij in 410 tot bisschop van Ptolemais en metropoliet van de Pentapolis gekozen werd, was hij vermoedelijk nog niet gedoopt. Zes maanden lang weigerde hij de keuze te aanvaarden op grond van zijn huwelijk en zijn neoplatonische en eschatologische opvattingen. Hij wist gedaan te krijgen dat hij, hoewel bisschop, gehuwd mocht blijven. Zijn geringe christelijke overtuiging blijkt uit zijn geschriften, waarin opvattingen over de preëxistentie van de ziel, de eeuwigheid van de wereld en een allegorische verklaring van de opstanding van het vlees naar voren komen. Als bisschop poogde hij wel het christelijk geloof dieper te doorgronden.
De geschriften van S., die vrijwel alle uit de tijd vóór de bisschopskeuze dateren, bestaan uit neoplatonisch getinte verhandelingen, gelegenheidsgeschriften, hymnen en brieven. Naast de filosofische verhandelingen Δίων ἢ περὶ τῆς κατὐτὸν διαγωγῆς (Dion of over zijn levenswijze; over Synesius' houding tegenover sofistiek en monachisme) en Περὶ ἐνυπνίων (Over dromen; deze moeten beschouwd worden als openbaringen van God) staan een sofistische pronkrede (Φαλάκρας ἐγκώμιον, Lof der Kaalhoofdigheid) en enkele gelegenheidsgeschriften, zoals Περὶ βασιλείας (Het koningschap), Αἰγύπτιοι λόγοι (Egyptische verhalen) en twee Καταστάσεις (Redevoeringen: een lofrede op de militaire commandant Anysius en een rede om de burgers aan te moedigen tot dappere strijd tegen de barbaren). In de tien hymnen, die een sterke dorische inslag in het taalgebruik vertonen, doet zich een curieuze vermenging van neoplatonische en christelijke gedachten voor. De 156 brieven vormen een belangrijk tijdsdocument.
In alle werken van S. is het christendom met een
sterke antieke filosofische cultuur doortrokken. Als
persoon kan S. gelden als een oprecht man, die met
grote plichtsbetrachting zijn taken vervulde.
Lit. Uitgaven: MPG 66, 1021-1616. Recente kritische edities: N. Terzaghi, S., Hymni et opuscula 1-2 (Rome 1939-1944, 1² 1949). A. Garzya, Synesii Cyrenensis Epistolae (Rome 1979). Met franse vertaling: C. Lacombrade, Synésms. de Cyrène, Oeuvres (Paris 1979vv; één deel, Hymnes, verschenen). - Engelse vertaling: A. Fitzgerald, S. The Letters (Oxford 1926). Id., The Essays and Hymns of S. (ib. 1930). - Uitgaven, vertalingen, commentaren van afzonderlijke werken: C. Lacombrade, Le discours sur la royauté de Synésios de Cyrène (Paris 1951; franse vertaling met commentaar). K. Treu, S. von Kyrene. Ein Kommentar zu seinern Dion (TU 71, Berlin 1958). G. Stramondo, Sinesio. A Peonio sul dono (Catania 1964; met italiaanse vertaling en commentaar). A. dell'Era, Sinesio di Cirene. Inni (Rome 1968; met italiaanse vertaling en commentaar). A. Garzya, Sinesio di Cirene, Sul regno (Napels 1973; met italiaanse vertaling en commentaar).
H. von Campenhausen (PRE 4A, 1362-1365). Bardenhewer 4, 110-122.
Quasten 3, 106-114. - I. Hermelin, Zu den Briefen des Bischofs
S. (Uppsala 1934). W. Theiler, Die chaldäischen Orakel und die
Hymnen des S. (Halle 1942). C. Lacombrade, Synésios de Cyrène,
hellène et chrétien (Paris 1951). J. Vogt, Philosophie und Bischofsamt. Der Neuplatoniker S. in der Entscheidung (Grazer Beiträge 4,
1975,295-309). [Bartelink]