Zacharia (hebreeuws zekarjāh, 'Jahwe gedenkt', gr. Ζαχαριας), naam van twee personen uit de bijbel.
(1) Zacharia, een van de z.g. kleine profeten, wiens woorden bewaard gebleven zijn in het naar hem genoemde bijbelboek. Hij noemt zichzelf zoon van Berekja, zoon van Iddo; Ezra (5, 1; 6, 4) duidt hem aan als een zoon van Iddo, waarschijnlijk in de betekenis van kleinzoon; Nehemia (12, 16) noemt hem het hoofd van het priestergeslacht Iddo. Als profeet trad Z. op tussen 521/520 en 519/518. Hij kwam op voor de herbouw van de tempel en eerde de hogepriester.
(2) Zacharia, priester in de tijd van
Herodes de
Grote, uit het geslacht Abia, echtgenoot van Elisabeth
en vader van Johannes de Doper (Lc 1, 5-25;
3,2). [Beek]