Bloedakker (gr. Ἁκελδαμάχ; aram. hă'qēl demā'),
naam van een stuk grond (van de pottenbakker) in
de nabijheid van Jeruzalem, bestemd als begraafplaats
van vreemdelingen. De christelijke aetiologie
van de naam staat in Mt 27 ,6-10 en Hand 1,19v; volgens
deze teksten heeft het stuk grond de naam b.
gekregen, omdat het door de joodse overheid gekocht
zou zijn voor de dertig zilverlingen die
Judas
teruggegeven had; als bloedgeld mochten deze
niet in de tempelschat gestort worden (Mt 27,6;
vgl. Dt 23,19). Volgens een overlevering die tot de
4e eeuw teruggaat, ligt de b. op de zuidelijke helling
van het Hinnomdal, waar reeds volgens Jr 19,2-6
LXX (vgl. vs 11) pottenbakkers hun handwerk uitoefenden.
Lit. Kopp 408-411.
[v. d. Born]