Brandeum, windsel of doek waarin het lichaam
van een heilige werd begraven of (later) waarmee
men de relieken of het graf aanraakte. Men meende
dat de kracht van de heilige hierin overging
(vgl. Ambrosius, Ep. 22,9; Augustinus, De civitate
Dei 22,8). Het b. werd beschouwd als een secundaire
reliek. De (onverklaarde) term zelf komt
eerst later voor (slechts in de christelijke literatuur).
Lit. H. Leclercq (DAL 2, 1132). F. Pfister (RAC 2, 522-3).
E. Lucius, Die Anfänge des Heiligenkults (1904) 194v.
[Bartelink]