Galaten (Brief)

Paulus schreef deze brief waarschijnlijk in het begin van zijn langdurige verblijf te Ephese (53-54) aan de bewoners van de landstreek Galatië in het noorden van Klein-Azië, waar hij tijdens zijn tweede en derde reis werkte (Hand 16,6; 18,23). Sommige auteurs verstaan onder de 'Galaten' echter de bewoners van de steden Antiochië, Iconium, Lystra en Derbe, die de apostel op zijn eerste reis bezocht en die tot de romeinse provincie Galatia behoorden (Zuid-Galaten-theorie, vooral bekend geworden door Ramsay en thans bv. verdedigd door T. W. Manson, Orchard, Albertz, Ridderbos, Michaelis, Klijn). Achtergrond van deze theorie is de tegenstelling tussen Gal 2 en Hand 15, die wegvalt wanneer Paulus deze brief geschreven heeft vóór het z.g. concilie van Jeruzalem in 49, wat alleen mogelijk is als de brief gericht is tot mensen, die Paulus op zijn eerste reis (ca. 46) bezocht had. Het is echter onwaarschijnlijk dat Paulus deze mensen aanspreekt met 'Galaten' (3,1) en dat hij over deze reis schrijvend zeggen kan 'daarna ben ik naar het gebied van Syrië en Cilicië gegaan' (1, 21). De moeilijkheden worden ook opgelost, wanneer men rekening houdt met het verschillende uitgangspunt van Paulus en Lucas. Paulus verdedigt in Gal zijn apostolisch gezag en heeft er dus behoefte aan de betrekkingen met Jeruzalem te minimaliseren. Lucas daarentegen wil in Hand juist het centrale gezag te Jeruzalem onderstrepen. - Ook over de dwaling van de Galaten bestaat verschil van mening. In de ogen van Paulus lopen zij gevaar hun heil te gaan zoeken in wetsbetrachting. In dat geval wordt Christus' dood overbodig (2,21), want wie zijn gerechtigheid zoekt in het onderhouden van de wet, heeft met Christus gebroken (5,4). Uit de brief zelf blijkt echter, dat de Galaten alleen bepaalde elementen van de wet hebben overgenomen zoals de besnijdenis (5,3) en bepaalde feesten (4,10). Het lijkt daarom niet uitgesloten, dat zij tot een soort syncretisme waren vervallen, waarin naast gnostische ook joodse en andere elementen waren opgenomen.

Paulus beoordeelt de dwaling vanuit zijn eigen farizees verleden. Maar hij herkent terecht in deze dwaling de altijd weer terugkerende neiging van de mens zijn lot in eigen handen te nemen en zich door religieuze praktijken onafhankelijk te maken van God.


Comm. E. de Witt-Burton (Edinburgh 1921). Th. Zahn (Leipzig ³1922). S. Greydanus (Amsterdam 1936). H. Lietzmann (Tübingen ³1932). M.-J. Lagrange (Paris 1952). S. Lyonnet (ib. 1953). P. Bonnard (Neuchâtel/Paris 1953). H. N. Ridderbos (Grand Rapids 1953). A. Oepke (Berlin ²1959). H. W. Beyer/P. Althans (Göttingen 1962). P. A. van Stempvoort (Nijkerk ²1961). H. Schlier (Göttingen 121-962).
Lit. A. Viard (DBS 7, 224-226). B. Orchard, A New Solution of the Galatian Problem (BJRL 28, 1944, 154-177). Id., The Problem of Acts and Galatians (CBQ 7, 1945, 377-397). W. Grundmann, Die Häretiker in Galatien (ZNW 47, 1956, 2566). W. Foerster, Abfassungszeit und Ziel des Galaterbriefes (BZNW 30, 1964, 135-141). W. Schmithals, Die Häretiker in Galatien (Theol. Forschungen 35; Hamburg 1965). R. M. Wilson, Gnostics - in Galatia? (Stud. Ev. 4,1, Berlin 1968, 35 8-367). [Bouwman]


Afkortingen Lijst van Namen