Martelaar (christelijk: van μάρτυς, martyr, 'getuige, bloedgetuige'), degene die zijn leven geeft voor zijn geloof. De wortels van dit gebruik van μάρτυς liggen in het NT. Bij Lc vindt men de uitdrukking 'getuige zijn' nauw verbonden met de grote evangelische heilsfeiten, in het bijzonder de dood en verrijzenis van Christus. Met het 'ooggetuige zijn' wordt de gedachte verbonden van het apostolisch getuigen. Bij Paulus ligt het accent reeds op het laatste. In Hand 22,20 wordt een duidelijke band gelegd tussen het getuigenis en de prediking van het evangelie: de getuige is hier ter dood gebracht vanwege zijn getuigenis. In de Openb is μάρτυς weliswaar nog niet technisch 'bloedgetuige', maar nog steeds getuige van het evangelie; wij vinden hier evenwel de directe oorsprong van de latere betekenis 'martelaar'. In de loop van de tijd is er een ontwikkeling opgetreden van mondeling getuigen naar getuigen door de daad, zonder dat wij echter in staat zijn de nauwkeurige ontwikkeling, die in de loop van de 2e eeuw voltooid is, te volgen.
Bij de christenen leefde duidelijk het besef van de innerlijke waarde van het getuigenis ten dode. De martelaar werd steeds meer gezien als de volmaakte christen. Reeds in het Martyrium Polycarpi werd zijn lijden als een parallel met het lijden van Christus gezien. De m., getooid met de krans van de overwinning, ging volgens deze opvattingen direct de hemelse zaligheid binnen zonder te worden geoordeeld. De geleidelijk groeiende verering voor de martelaren werd eerst na de Kerkvrede tot een cultische verering. Wel werd reeds vroeg de jaardag (natalis) van de dood herdacht en lijsten van deze data aangelegd (martyrologium). Het martyrium werd dikwijls schriftelijk vastgelegd ter lezing op de gedenkdag en ter herlezing (martelaarsakten).
Lit. F. Kattenbusch, Der Märtyrertitel (ZNW 4, 1903, 111-127).
R. Reitzenstein, Der Titel Märtyrer (Hermes 52, 1917,
442-452). H. Delehaye, Martyr et Confesseur (AB 39;
Bruxelles 1921). Id., Les origines du culte des martyrs³
(Bruxelles 1933). E. Malone, The Monk and the Martyr
(Studies in Christian Antiquity 12; Washington 1950). H. A.
M. Hoppenbrouwers, Recherches sur la terminologie du
martyre de Tertullien à Lactance (Latinitas Christianorum
Primaeva 15; Nijmegen 1961). [Bartelink]