Preek

(I) Algemeen. Onder de p. (in christelijke zin) verstaat men een toespraak tot de gelovigen tijdens de kerkdienst, nauw aansluitend bij de Schriftlezingen, ofwel tot de heidenen om ze op te wekken tot bekering (de missiep., waarvan de Areopaagrede in Hand. 17 ,22-31 het oudste voorbeeld is). De oudste verzameling preken is wel die van Polycarpus geweest (aan Irenaeus bekend, volgens Eusebius, Kerkgeschiedenis 5, 20, 6). De vroegste bewaarde preken zijn de z.g. 2e Clemensbrief en de Pascha-homilie van Melito van Sardes. Wat de inhoud betreft kan men de catechetische, paraenetische, exegetische en dogmatische p. onderscheiden. Preken in een eenvoudige stijl duidt men veelal aan als homilieën (ὁμιλίαι) of sermones. Indien een p. het karakter draagt van een uitgewerkte verhandeling spreekt men van λόγος of tractatus (vooral bij exegetische en dogmatische preken). In de paraenetische preken kan het retorisch element van een zekere betekenis zijn: de vorm hiervan heeft in het bijzonder invloeden van de diatribe ondergaan. De feestp. (λόγος πανηγυρικός) op hoogtijdagen werd gekenmerkt door een stijl van allure, enigermate verwant met de contemporaine sofistische pronkrede. De feestp. kreeg sedert het midden van de 4e eeuw meer betekenis, toen de kerkelijke feesten in de liturgie met groter plechtigheid gevierd werden. De p. werd, vanaf de cathedra of het altaar, gehouden door de bisschop, die hierbij sedert de 3e eeuw door presbyters bijgestaan werd. Men preekte op zon- en feestdagen, en in de vastentijd en paasweek iedere dag. Meermalen vernemen wij dat particuliere of officiële tachygrafen (notarii) preken noteerden, die soms naderhand door de auteur gecorrigeerd werden.

(II) Het Oosten. Paulus (4) van Samosata (ca. 260) stond bekend om het effectbejag in zijn preken. Van de drie cappadocische kerkvaders, wier stijl later als klassiek gold, gebruikte Gregorius van Nazianze de middelen van de retoriek het meest geprononceerd; hij prefereerde korte zinnen met veel stijlfiguren. Een meer atticistische, rustiger preektrant vindt men bij Basilius en Johannes Chrysostomus. Vooral de laatste genoot grote bewondering (o.a. preken over bijbelboeken). Te noemen zijn verder de catechesen van Cyrillus van Jeruzalem, en de preken van Amphilochius, Asterius van Amasia, Antiochus van Ptolemais, Theodoretus van Cyrus en Severianus van Gabala.

(III) Het Westen. De geheel of gedeeltelijk bewaarde homilieën van Hippolytus van Rome, die een duidelijk oratorische inslag vertonen, zijn de laatste die in het Westen in het grieks zijn geschreven. In de 4e eeuw lopen stijlniveau en principes uiteen. Hilarius van Poitiers, die een hieratische stijl nastreefde, vormde dikwijls brede ciceroniaanse perioden en fraai gestileerde zinnen. Ambrosius geeft er in zijn preken blijk van sterk door de klassieke cultuur te zijn gevormd. Van Hieronymus, die in het algemeen in zijn geschriften naar ciceroniaanse zuiverheid van taal streefde, zijn enkele homilieën bewaard waarvan de taal veel vrijer is (hier vindt men bv. elders bij hem niet voorkomende graecismen). Verschillende predikanten uit het Westen uit de 4e/5e eeuw zijn sterk van het Oosten afhankelijk, zoals Ambrosius en Zeno van Verona. Augustinus is in dubbel opzicht van betekenis geweest, enerzijds door zijn uitwerking van de theoretische aspecten van de gewijde rede in De doctrina christiana, anderzijds door de invloed van zijn praktische voorbeeld: zijn sermones betekenen een hoogtepunt in de preekstijl; ze worden gekenmerkt door allegorische Schriftverklaring en een vrij eenvoudige stijl met gebruik van elementen als rijm, assonantie, alliteratie en woordspel.

De preken van Leo de Grote, inhoudsrijk en perfect van vorm, worden gekenmerkt door een voorname, krachtige taal, die teruggaat op de beste romeinse tradities. Te vermelden zijn verder de in populaire stijl geschreven sermones van Caesarius van Arles (6e eeuw) en die van Gregorius Magnus, die in de middeleeuwen grote invloed gehad hebben.


Lit. M. A. Nickel/J. Kehrein, Die Beredsamkeit der Kirchenväter 1-4 (Regensburg 1844-1846). F. Probst, Katechese und Predigt vom Anfang des 4. bis zum Ende des 6. Jahrhunderts (Breslau 1884). C. H. Dodd, The Apostolic Preaching and its Developments (London 1951). H. Thyen, Der Stil der jüdisch-hellenistischen Homilie (Göttingen 1955). E. Norden, Die antike Kunstprosa 25 (Darmstadt 1958) 537-558, 615-624, 641v. Zie ook de literatuuropgaven bij de genoemde auteurs. [Bartelink]


Afkortingen Lijst van Namen