Ba

Ba, naam van een der twee levensbeginselen van de mens: ba en ka. Het wordt afgebeeld in de vorm van een jabiru-ooievaar en, later, in die van een soort valk met mensenhoofd. In de oudere teksten is de b. zoveel als de verschijningsvorm of de hypostase van een god. Daarom kan deze meerdere ba's hebben en krijgt het woord in het meervoud soms de algemene betekenis van 'macht' of 'roem' van een god of koning. Vandaar wordt de b. ook de hypostase van de mens na zijn dood. Door de osiriaanse begrafenis wordt hij aan de mummie verbonden en kan hij het aardse bestaan voortzetten, 'uitgaan aan de dag' zoals de titel van het Dodenboek dit noemt, onder allerlei gedaanten de geneugten van het leven smaken en op de plaatsen verwijlen die hem dierbaar zijn. Deze laatste opvatting gaf vermoedelijk aanleiding tot de uitspraken over de zielsverhuizing bij Herodotus 2, 123 en anderen. De b. is het nauwst verwant met de psychè van de Grieken, o.a. door het feit dat deze aan het lijk op aarde verbonden blijft en eerst rust vindt in de Hades wanneer het lichaam begraven of verbrand is.

Ook de Ach wordt als vogel, nl. als kuifibis, afgebeeld. Met het werkwoord 'schitteren' verwant, wijst dit woord op iets immaterieels, op een 'geest'. Het Dodenboek vermeldt 'Mensen, goden, Achu en doden'. Deze Achu zijn deels lagere godheden, deels demonen. Uit andere teksten blijkt dat hiermee ook bedoeld worden die doden welke door de osiriaanse begrafenis en de dodencultus 'verheerlijkt' werden. Het begrip Ach wordt soms verpersoonlijkt tot een soort bovenaardse macht van de doden en van de goden. In het koptisch betekent ih alleen nog 'demon'.


Lit. RÄR 74-77; 4. Th. Hopfner, Fontes historiae religionis aegyptiacae (Bonn 1922-25) 810 (anima); 872 (metempsychosis). [Vergote]


Lijst van Goden