
Jaudi, traditionele vocalisatie van de naam van een
noordsyrisch staatje of land die in de eigen inscripties
als j'dj wordt weergegeven. De hoofdstad
Sam'al, het huidige Zinçirli, was zetel van een eigen
dynastie; zij is rond het begin van deze eeuw opgegraven.
In het locale paleis kwam belangrijke architectuur
aan het licht en voorts gebeeldhouwde en
van inscripties voorziene orthostaten. De uitvoerige
inscripties geven belangrijke informatie inzake een
kleine staat in de 9e en 8e eeuw vC onder de dreiging
van de assyrische macht. Zij zijn in verschillende
talen geschreven: de oudste, van Kilamuwa (KAI
24-25; eind 9e eeuw vC), in het als officiële schrijftaal
gebruikte phenicisch; twee jongere (de Hadadstèle
van Panamuwa I uit ca. 750 vC en een stèle
door Barrakib voor zijn vader Panamuwa II opgericht
uit ca. 730; KAI 214-215) in een eigen taal, die
men niet zonder meer als oud-aramees met phenicische
beïnvloeding mag bestempelen; de laatste
(een orthostaat van Barrakib voor zichzelf; KAI
216) in het oud-aramees.
De vocalisatie van de naam van het land J. heeft tot
een soms hinderlijke verwarring van dit landje met
Juda geleid, met name bij de interpretatie der assyrische
koningsinscripties.
Lit. F. vom Luschan, Ausgrabungen in Sendschirli 1-4 (18931911).
B. Landsberger, Sanval (Ankara 1948). H. Donner/
W. Röllig, Kanaanäische und aramäische Inschriften (Wiesbaden
1964) 24-25, 214-216. R. D. Barnett, The Gods of Zinjirli
(Compte-Rendu 11e Rencontre Assyr., Leiden 1964, 5986).
H. Tadmor, Azriyau of Yaudi (Scripta Hiersolymitana 8,
1964, 233-271). J. Friedrich, Zur Stellung des Jaudischen in
der nordwestsemitischen Sprachgeschichte (Assyriol. Stud.
16, 1965, 425-429).
[Veenhof]