Sirmio, 4 km lange landtong op de zuidelijke oever
van het Garda-meer, beschreven door de dichter
Catullus
(vooral in Carmen 31), die hier een
villa bezat; thans Sirmione.
Sinds ca. 1480 zijn op de uiterste punt van de landtong
ruïnes bekend van een romeinse villa, die
sindsdien - terecht of ten onrechte - Grotte di Catullo
heten.

Deze villa, de grootste van geheel Noord-Italië
(241 x 105 m), is vanaf 1950 systematisch
opgegraven; hierbij kwamen twee bouwperiodes
aan het licht, een uit het midden van de 1e eeuw
vC en een uit het midden van de 1e eeuw nC. De
belangrijke fresco's die erin aangetroffen zijn
worden bewaard in het in 1959 ter plaatse gebouwde
Antiquarium.Lit. M. Mirabella Roberti (EAA 7, 351v). - Id., Sirmione, le Grotte di Catullo. [Verhaeghe-Pikhaus]