De Romeinse villa in Voerendaal


De Romeinse villa in Voerendaal

Door onze redacteur F.G. DE RUITER

VOERENDAAL, 1 febr. 1985 (Uit de NRC)

Sinds bijna honderd jaar is bekend dat in de Zuid-Limburgse plaats Voerendaal, op een lage, heuvelrug tussen twee beken, een Romeinse villa heeft gestaan, een villa rustica (hereboerderij), die waarschijnlijk de grootste van ons land is geweest. Archeologen hebben in de loop van de tijd tweemaal onderzoek gedaan naar de fundamenten van dit complex: in l892 en tussen 1947 en 1950. Kortgeleden is op dezelfde plek een derde opgraving begonnen, die maandag aanstaande wordt voortgezet (de vorstperiode gaf enig oponthoud) en twee tot drie jaar zal duren.

De tijd om hier opnieuw aan de slag te gaan, begon te dringen, want het bewuste terrein - akkerland van een Voerendaalse boer - valt nog maar vijf jaar, tot 1990, onder de bescherming van de Monumentenwet. Dat is indertijd bepaald door de Raad van State, die uitspraak deed in een procedure, aangespannen door de eigenaren van de grond en de boer in kwestie, die pachter is.

Hij voelde zich in zijn bedrijfsvoering belemmerd door de bestemming van de gronden tot archeologisch monument. Een van de beperkingen houdt in dat er op en rond de overblijfselen van de villa slechts licht geploegd mag worden.

Werklozen

De nieuwste opgraving is, net als de vorige, in handen van de Rijksdienst voor het oudheidkundig bodemonderzoek (ROB) en wordt behalve een omvangrijk ook een duur karwei. Per jaar zal het werk een slordige acht ton gaan kosten. In 1985 wordt de helft daarvan gefinancierd door Sociale zaken in het kader van de werkverruimende maatregelen, wat betekent dat veertien werklozen (uit Voerendaal) hier tijdelijk emplooi vinden. De provincie Limburg betaalt voorlopig tien procent van de som en de gemeente doet er nog eens dertigduizend gulden bij. De rest komt 1en laste van de eigen ROB-begroting.

Projectleider is drs. W.J.H. Willems, provinciaal archeoloog en gespecialiseerd in de Romeinse tijd. Zijn belangstelling gaat allereerst uit naar het economisch functioneren van dit boerderijcomplex in de tweede en derde eeuw na Christus, toen de villa in vol bedrijf geweest moet zijn. Hoe het gebouw eruit zag, is bij de vorige opgraving (1947-1950) al duidelijk aan het licht gekomen. Een reconstructietekening, opgenomen in het boek Verleden land, berust ook op gegevens uit die tijd.

Vele villa's

Alleen al in Limburg hebben archeologen ruim zeventig Romeinse villa's weten te lokaliseren, deels van het type urbana (een soort buitenverblijf), deels van het type rustica (de hereboerderij). Daarvan zijn slechts enkele uitgebreid onderzocht, onder andere die van Voerendaal, die qua omvang met kop en schouders boven de rest uitsteekt.

Deze villa bestond uit een reeks van in steen opgetrokken gebouwen, die in een rechthoek om een grote- hof waren gegroepeerd. Sommige kamers waren voorzien van een centraal verwarmingssysteem. Er was ook een speciale badruimte bij. Links en rechts stonden de schuren voor opslag van gereedschappen en het bergen van de oogst, terwijl een overdekte zuilengalerij alle onderdelen met elkaar verbond. Het hele complex was 190 meter lang.

Willems acht het waarschijnlijk dat de eigenaar van de boerderij - een geromaniseerde Galliër of autochtoon - hier zelf heeft gewoond, al is de mogelijkheid van een pachter of rentmeester niet uitgesloten. In totaal zullen er een dertig mensen, deels slaven, hebben gewerkt.

Bouwgroeve

Veel villa's zijn in de late derde eeuw, toen Germaanse stammen de 'Romeinen terugdrongen, verwoest of verlaten - men beschikt althans over sterke aanwijzingen in die richting. Later, onder de keizers Diocletianus en Constantijn, werd de oude noordgrens van het rijk hersteld, maar of die gebouwen toen weer in bedrijf kwamen, is onduidelijk. Vast staat wel dat ze in de merovingische tijd en ook later, in de Middeleeuwen, dienden als bouwgroeve voor onder andere kerken. Wellicht is de romaanse kerk van het Zuidlimburgse Klimmen deels opgetrokken met materiaal van de villa in het naburige Voerendaal. Er zijn ter plaatse trouwens ook scherven gevonden die duiden op bewoning in de merovingische tijd.

De hereboer van Voerendaal zal graan hebben verbouwd voor het Romeinse leger, dat in forten aan de Rijn lag. Maar de vraag die Willems intrigeert, is welke soorten hij teelde. Verkoolde graankorrels en andere monsters kunnen opheldering geven over de samenstelling van het voedselpakket.

Een reliëf uit de Romeinse tijd, gevonden in Trier, toont aan dat er toen al een soort maaimachine in zwang was, samengesteld uit houten en ijzeren elementen. Willems sluit niet uit dat men brokstukken van zo'n werktuig terugvindt in de glooiende Voerendaalse bodem.

Algemeen wordt aangenomen dat Zuid-Limburgse villa's slechts akkerbouw bedreven, maar misschien was er ook sprake van veeteelt. Die mogelijkheid wordt geopend als men botten van betrekkelijk jonge runderen vindt, al is de archeoloog wat dit aangaat pessimistisch: de zure lössgrond leent zich nauwelijks voor conservering van gebeente.

Heerbaan

Uit de vroegere opgraving is al vastgesteld dat de Voerendaalse villa vlakbij een heerbaan lag, die van de kust naar Keulen liep en die ook voorkomt op de beroemde Peutingerkaart. Langs diezelfde weg zijn al eerder belangwekkende vondsten uit het begin van onze jaartelling gedaan. In Heerlen werden ooit de resten van een Romeins badhuis, de zogenaamde "thermen", blootgelegd en in Maastricht ontdekte men in 1983 op zes meter diepte een aan Romeinse goden gewijd heiligdom. Op die laatste plek wordt nu een groot hotel gebouwd. De bedoeling is echter het heiligdom in de kelderruimte te handhaven en toegankelijk te maken voor publiek.

De "thermen" van Heerlen zijn al weer geruime tijd ondergebracht in een overdekt museum. Tussen die twee lokaties past ook de villa van Voerendaal als blijvende bezienswaardigheid, niet het hele complex, maar alleen het hoofdgebouw, want dat onderdeel valt ook na 1990 onder bescherming van de Monumentenwet.

Als het aan de gemeente ligt, blijft er zeker iets van bestaan wat de burger - en toerist - aanspreekt, eventueel een reconstructie, en ook de ROB heeft wel oren naar dat plan. Al zegt Willems erbij: "Wij zijn natuurlijk een dienst die onderzoekt en niet een instelling die bewaart".


Lijst van Artikelen