Pherecrates (Φερεκράτης), attische dichter van de
z.g. Oude Komedie,
uit de tweede helft van de 5e
eeuw vC, van wiens blijspelen 19 titels en een aantal
fragmenten overgeleverd zijn. P. was bekend om zijn
bekwaamheid in het vinden van intriges; hij zou
zelden persoonlijke spot gehanteerd hebben. In de
Ἄγριοι (De wilden, 420 vC) werd de terugkeer naar
een primitieve natuurstaat bepleit of gepersifleerd,
in de Μεταλλῆς (Mijnwerkers) bericht een uit de
onderwereld teruggekeerde vrouw over het luilekkerland
waar de zielen der overledenen verblijven;
zijn Corianno, Petale en Thalatta zijn naar hetaeren
genoemd; in de Chiron kritiseerde P. de moderne
muziek van zijn tijd.
Lit. Fragmenten in Th. Kock, Comicorum Atticorum Fragmenta
I (Leipzig 1880) 145-208, J. Demianczuk, Supplementum
comicum (Krakau 1912) 66-71 en, met engelse vertaling,
J. M. Edmonds, The Fragments of Attic Comedy 1 (Leiden
1957) 207-285. - A. Körte (PRE 19, 1985-1991). GGL 1,4,
99-108.
[Nuchelmans]