Strattis (Στράττις), griekse dichter van de z.g.
Oude
Komedie, wiens werkzaamheid in de periode van
ca. 410 tot ca. 375 vC viel. Van zijn werken kennen
we 16 of 17 titels en zijn een tachtigtal korte fragmenten
bewaard gebleven. S. schijnt een voorkeur
voor literaire thema's te hebben gehad. In zijn
Κυνησὶας
hekelde hij de dithyrambendichter Cinesias,
die ook doelwit van de spot van Aristophanes was.
Minstens zeven titels (Ἀταλάντη, Μήδεια, Μυρμιδόνες, Τρωίλος, Φιλοκτήτης, Φοίνισσαι, Χρύσιππος)
wijzen op parodieën van mythen of tragedies in de
trant van de Midden-Komedie.
Lit. Fragmenten in Th. Kock, Comicorum Atticorum Fragmenta
1 (Leipzig 1880) 711-733. J. Demianczuk, Supplementum
Comicum (Krakau 1912) 84-86 en, met engelse vertaling,
in J. Edmonds, The Fragments of Attic Comedy 1 (Leiden
1957) 812-837. - A. Körte (PRE 4A, 336-338). GGL 1, 4,
158- 161.
[Nuchelmans]