Diptycha (δίπτυχα, van δίς tweemaal, en πτύσσειν vouwen), diptieken, schrijftafeltjes van hout, ivoor of metaal, die tegen elkaar dichtgeklapt konden worden. De randen waren hoger, het vlak werd bedekt met was of gips, waarin met een stilus (schrijfstift) letters gegrift werden. Ze werden o.a. voor notities, rekeningen en als schrijfmateriaal in school gebruikt. Aanduidingen o.a.: δελτίον, πίναξ, πλάκες; tabula, tabellae duplices, pugillar(es), ook diptychum(-ium), diptic(h)um. Sedert het einde van de 4e eeuw is er sprake van fraai bewerkte d., die door de keizers en hoge functionarissen aan relaties werden aangeboden (R. Delbrück, Die Consulardiptychen und verwandte Denkmäler, Berlin 1929). Naast afbeeldingen van gladiatoren, circusspelen, ruiters, gevechten en mythologische voorstellingen vindt men bij de christelijke keizers ook zuiver christelijke scènes (bv. de kindermoord van Bethlehem, de doop van Christus, de bruiloft van Kana).
Bij de christenen werden de d. in de liturgie gebruikt (lijsten van levenden en gestorvenen, bisschopslijsten, als feestkalender, voor evangelieperikopen). De wereldlijke d. zijn voor de kerkelijke kennelijk een voorbeeld geweest. In het westen werden ca. 300 in Spanje de namen van degenen die hun gaven offerden bij de oblatie voorgelezen, in Rome ca. 400 bij de canon. Het tijdstip waarop ook de namen van de doden werden voorgelezen uit de d. is niet geheel duidelijk (B. Botte/Chr. Mohrmann, L'ordinaire de la Messe, Paris/Louvain 1953, 24). Bij Serapion van Thmuis (ca. 320) vinden we een herdenking van Ievenden en doden. Andere vroege vermeldingen uit het oosten zijn: Constitutiones apostolicae 8, 13, 6; Cyrillus van Jeruzalem, Catecheses mystagogae 5,9 en Johannes Chrysostomus, In Phil., Homilia 3,4 = MPG 62, 204. Behalve de lijsten van hen die herdacht werden in de memento's, bezat men in de afzonderlijke kerken ook lijsten van bisschoppen die tot de kerkelijke gemeenschap (communio) behoorden.
De bisschoppen verwittigden elkaar door middel
van zegelbrieven (litterae formatae) van veranderingen,
benoemingen en afzettingen. Door de
schrapping van namen van ketters, werden de d. tot
een uitdrukking van kerkelijke gemeenschap en een
toetssteen van orthodoxie. Zo werd de naam van
Nestorius door Hypatius uit de d. van het Apostelklooster
te Rufinianae geschrapt (Callinici Vita Hypatii,
ed. Philologi Bonnenses, Lipsiae 1895, 68); vgl.
E. Honigmann, Eusebius Pamphili, The Removal of
his Name from the Diptycha of Caesarea in Palestine
in 431 A.D. (Patristic Studies 173, Città del
Vaticano 1953, 59-70).
Lit. F. Cabrol (DAL 4, 1920, 1045-1094: D. in de liturgie).
H. Leclercq (ib., 1094-1170: archeologische gegevens). O.
Stegmüller (RAC 3, 1138-1149). - Nog steeds een belangrijke
bronnenverzameling: A. F. Gori, Thesaurus veterum diptychorum
consularium et ecclesiasticorum 1-3 (Florence 1759).
- F. E. Brightman, Liturgies Eastern and Western (Oxford
1896) 441 en passim. E. Bishop, The Diptychs (appendix bij
F. Connolly, The Iiturgical Homilies of Narsai = Texts and
Studies 8, 1909, 97-117). V. L. Kennedy, The Saints of the
Canon of the Mass (Studi di antichità cristiana 14, Città de!
Vaticano 1938). J. A. Jungmann, Missarum Sollemnia² (Wien
1949) § 202; 205; 219 en 336. [Bartelink]