HERACLES REDT ALCESTIS


Gedurende de tijd toen de held na de weigering van koning Eurytus rondzwierf, was het volgende voorgevallen. In de Thessalische stad Pherae regeerde de edele Admetus met zijn jonge en schone vrouw Alcestis, omringd door bloeiende kinderen en bemind bij zijn gelukkige onderdanen. Toen de levensdraad van de koning bijna was afgesponnen, verkreeg Apollo van de schikgodinnen de toezegging dat Admetus niet behoefde te sterven wanneer een ander in zijn plaats naar de onderwereld zou gaan.
Apollo begaf zich zelf naar Pherae om zijn oude gastvriend en diens gezin de tijding van de nabije dood te brengen, ook echter om hem te zeggen op welke wiize hij zijn lot zou kunnen ontgaan.
Admetus hield van het leven en ook zijn gezin en zijn onderdanen werden van schrik vervuld bij de gedachte dat zij hun steun en toeverlaat zouden verliezen. Daarom ging Admetus door zijn rijk en poogde iemand te vinden die voor hem zou Mllen sterven. Maar hij vond niemand hiertoe bereid. Hoezeer ook zijn vrienden weeklaagden om het verlies dat hun te wachten stond, zij verkilden bii het vernemen van de voorwaarden waarop hun vorst in leven zou kunnen blijven. Zelfs zijn oude vader en moeder, die de dood elk uur voor zich zagen, wilden de tijd die hun restte niet aan hun zoon offeren. Alleen Alcestis, zijn jonge vrouw, de moeder van zijn kinderen, koesterde zulk een innige, onzelfzuchtige liefde voor haar man dat zij bereid was voor hem van het zonlicht te scheiden. Nauwelijks had de koningin haar voornemen geuit of reeds kwam Thanatus, de priester der doden, op de poorten van het paleis toe om zijn offer naar hee schimmenrijk te begeleiden.

Apollo en ThanatusApollo zag Thanatus naderen en verliet snel de koningsburcht om als god van het leven niet ontwijd te worden. Maar de vrome Alcestis baadde zich in stromend water, tooide zich in een feestgewaad met mooie sieraden en bad voor het huisaltaar tot de godin van de onderwereld. Daarna begaf zij zich, omringd door haar dienaressen naar het vertrek waar zii de afgezant uit het schimmenrijk wilde ontvangen. Hier nam zij plechtig afscheid van haar gezin. Tot Admetus sprak zij: "Sta mij toe te zeggen wat mijn hart begeert. Omdat jouw leven meer waarde voor mij heeft dan het mijne, sterf ik voor je. Ik wilde niet blijven en van jou beroofd de kinderen voor mij zien. Je vader en moeder hebben je in de steek gelaten; roemrijker zou hun sterven geweest zijn. Maar nu de goden het zo hebben bestemd, verzoek ik je mijn liefde indachtig te zijn en de kinderen, die je niet minder bemint dan ik, geen stiefmoeder te geven." Wenend zwoer de koning haar dat zij, in leven de zijne, ook in de dood zijn vrouw zou blijven.
Toen vertrouwde Alcestis hem de bedroefde kinderen toe, viel ter aarde en het leven verliet haar.

Gedurende de voorbereidingen tot de begrafenis geschiedde het dat de ronddolende Heracles voor de poort van de koningsburcht in Pherae kwam. Terwijl hij met de dienaren stond te praten, kwam toevallig Admetus voorbii. Hij noodde de zoon van Zeus met grote vriendelijkheid in zijn paleis en toen deze, bemerkend dat de koning rouwkleding droeg, hem naar de reden vroeg, gaf Admetus een ontwijkend antwoord. Hii wilde zijn gast niet droevig stemmen of doen vertrekken. Zo kreeg Heracles de indruk dat een ver familielid van Admetus gestorven was. Hij bleef vrolijk, liet zich door een slaaf naar zijn vertrek voeren en vroeg om wijn. Toen het treurige uiterlijk van de slaaf hem opviel, berispte hij: "Waarom zo ernstig en plechtig te kijken! Weet je dan niet dat de dood het lot der mensen is? Leg een krans om de slapen zoals ik en drink met mij! Een volle beker zal weldra alle rimpels uit je voorhoofd verdrijven!"
Maar de slaaf wendde zich met betraande ogen af en toen rustte Heracles niet voor hij de waarheid wist. "Is dat mogelijk?" riep hij uit: "De koning heeft zijn jonge vrouw verloren en heeft mij gastvrij opgenomen? Zeg mij, waar is het graf van de vorstin!"
"Wanneer gij de rechte weg inslaat die naar Larissa voert," antwoordde de slaaf, "dan ziet gij het grafteken dat voor haar opgericht is." En wenend verliet de slaaf het vertrek.

Alleen gebieven verspilde Heracles geen tijd met weeklagen, maar nam snel een besluit. "Redden moet ik de dode," sprak hij tot zichzelf, "haar weer het huis van haar gemaal binnenvoeren; alleen op die wijze kan ik zijn goedheid jegens mii vergelden. Ik ga naar het grafteken; daar wacht ik op Thanatus, de heerser over de doden. Als hij verschijnt om het offerbloed te drinken dat hem bij het grafteken van de dode wordt geboden, dan spring ik tevoorschijn, grijp hem snel, knel hem tussen mijn handen en geen macht op aarde die hem mij ontrukken kan, voordat hij mij zijn buit afstaat!"
Intussen was Admetus in zijn verlaten paleis teruggekeerd en treurde met zijn kinderen in mateloze droefheid om zijn gestorven vrouw. De troostwoorden van zijn trouwe dienaren konden zijn smart niet lenigen. Plotseling trad zijn gast Heracles binnen met een gesluierde vrouw aan zijn zijde. "Gij hebt niet goed gehandeld, o koning," sprak hij, "om mij de dood van uw vrouw te verzwijgen! Zo heb ik onwetend een zonde bedreven door in het huis van een dode een vrolijk drankoffer te brengen. Verneem thans waarom ik weergekeerd ben! Deze jonkvrouw heb ik bij een tweegevecht als zegeprijs gewonnen. Nu ga ik heen, om ten strijde te trekken tegen de koning der Bistonen. Intussen laat ik haar bij u achter om haar te behoeden."

Admetus schrok, toen hij Heracles aldus hoorde spreken. "Niet omdat ik een vriend miskend heb, verzweeg ik de dood van mijn vrouw," sprak hij, "maar om te verhinderen dat gij bij anderen uw intrek zou moeten nemen. Maar ik verzoek u deze vrouw bij andere bewoners van Pherae te huisvesten, niet bij mij. Hebt gjj geen vrienden in deze stad! Hoe zou ik, die reeds zoveel heb geleden, zonder tranen een vreemde vrouw. in mijn huis kunnen zien?"
Heracles onderdrukte zijn ware gevoelens en antwoordde gedrukt: "Ach, had Zeus mij maar de macht geschonken om uw vrouw uit het schimmenrijk naar het licht te brengen!"
"Ik weet dat gij het dan zou doen," sprak de koning. "Maar wanneer is ooit een dode uit het schimmenrijk weergekeerd!"
Toen drong de gast aan: "Omdat dit niet kan geschieden, moet ge de tijd uw wonden laten helen! Neem deze edele jonkvrouw die ik u breng in uw huis op." "Neen," hield Admetus vol, "ik zou mijn woord breken dat ik de geliefde dode gegeven heb."
"Kijk toch naar de vrouw en maak een einde aan uw smart," zei de held verheugd. Hij trok de sluier van het gelaat der vrouw weg en gaf de koning zijn gemalin terug.



[Mythen]